BREEAM-NL scores en niveaus: van Pass tot Outstanding
BREEAM-NL geeft je gebouw een score in procenten, die zich vertaalt naar vijf kwalificaties: Pass, Good, Very Good, Excellent en Outstanding. Hoe hoger de score, hoe meer sterren en hoe duurzamer het gebouw. Deze schaal wordt beheerd door de Dutch Green Building Council en staat in de BREEAM-NL richtlijn . De score komt voort uit de negen categorieën die je bij hoe werkt het terugvindt, en bepaalt mede je fiscaal voordeel.
De kwalificatie is een rating, geen simpel ja of nee. Een gebouw met Pass voldoet aan de basis. Een gebouw met Outstanding hoort bij de absolute top. Hieronder zie je precies welke score bij welke kwalificatie hoort, en hoe vaak elk niveau in de praktijk voorkomt.
Welke score hoort bij welke kwalificatie?
De drempelwaarden verschillen per schema. Nieuwbouw en Gebied gebruiken dezelfde schaal. In-Use wijkt iets af, met lagere drempels en een extra sterniveau.
Nieuwbouw en Gebied
| Kwalificatie | Minimale score | Sterren |
|---|---|---|
| Pass | 30% | 1 ster |
| Good | 45% | 2 sterren |
| Very Good | 55% | 3 sterren |
| Excellent | 70% | 4 sterren |
| Outstanding | 85% | 5 sterren |
Haal je minder dan 30%? Dan krijgt het gebouw geen certificaat. Dat heet Unclassified.
In-Use (bestaande gebouwen)
| Kwalificatie | Minimale score |
|---|---|
| Acceptable | vanaf de laagste drempel |
| Pass | 25% |
| Good | 40% |
| Very Good | 55% |
| Excellent | 70% |
| Outstanding | 85% |
In-Use kent dus een lagere instap (Pass vanaf 25%) en een extra trede Acceptable daaronder. Meer over dit schema lees je op de pagina In-Use.
De score wordt afgerond op hele procenten. Zit je net onder een drempel, dan kan een enkele extra credit het verschil maken tussen Very Good en Excellent. Dat scheelt vaak in waarde en in fiscaal voordeel.
Hoe zeldzaam is elk niveau?
DGBC koppelt elke kwalificatie aan een deel van de gebouwenvoorraad. Dit is een indicatie van hoe ambitieus een niveau is, niet een harde meting per jaar.
| Kwalificatie | Ambitieniveau | Indicatief deel voorraad |
|---|---|---|
| Pass | standaard goede praktijk | circa 75% |
| Good | gemiddelde praktijk | circa 50% |
| Very Good | bovengemiddeld | circa 25% |
| Excellent | best practice | circa 10% |
| Outstanding | koploper | minder dan 1% |
Een voorbeeld maakt het concreet. Een gerenoveerd kantoor dat netjes aan de moderne eisen voldoet, haalt vaak Very Good. Wil je beleggers en grote huurders aantrekken, dan mik je op Excellent. Outstanding is voor projecten die echt vooroplopen, met bijvoorbeeld energieneutraal ontwerp en circulaire materialen.
Niet alleen punten sprokkelen
Je haalt een kwalificatie niet door zomaar credits bij elkaar te tellen. Per niveau gelden minimumeisen. Voor Outstanding moet je bijvoorbeeld op bepaalde verplichte credits scoren, ongeacht je totaal. Mis je een verplichte credit, dan zak je terug, ook als je totaalpercentage hoog is.
Dat voorkomt dat een gebouw veel punt haalt op makkelijke onderdelen, maar faalt op iets belangrijks zoals energie. Welke credits verplicht zijn, hangt af van je schema en je beoogde niveau. De Expert brengt dit vroeg in kaart, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
Welk niveau heb jij nodig?
Dat hangt af van je doel. Wil je vooral toegang tot MIA en Vamil? Dan bepaalt de Milieulijst welk minimumniveau telt, en geeft een hoger niveau meer aftrek. Wil je een gebouw verhuren aan een grote internationale partij? Dan vragen die vaak minimaal Very Good of Excellent.
Begin daarom bij het einddoel en reken terug. De Assessor kan vroeg een inschatting maken van het haalbare niveau. Daarna bepaal je via het stappenplan welke maatregelen je nodig hebt. Houd ook rekening met de kosten en tijdlijn: een sprong van Very Good naar Outstanding kost flink meer.
Bronnen
- BREEAM-NL richtlijn - drempelwaarden per kwalificatie (officiële scores)
- DGBC - BREEAM-NL (beheerder)