Skip to Content
BRCGSScope bepalen

BRCGS scope bepalen: product, proces en locatie

De BRCGS-scope beschrijft wat de certificering precies omvat. Gebruik de officiële BRCGS-richtlijn voor scopeontwerp (F931)  als uitgangspunt en lees ook de BRCGS-help en guidance . De BRCGS-route naar certificering  laat vervolgens zien waarom een duidelijke scope nodig is voor de certificatie-instelling.

Een scope is geen marketingzin zoals “voedselproductie”. Je beschrijft de locatie, productgroepen en activiteiten die samen het voedselveiligheidsrisico bepalen. De BRCGS-hub legt uit hoe dit onderdeel past bij Issue 9; kosten en tijdlijn helpt je daarna een vergelijkbare offerteaanvraag te maken.

Voor oriëntatie noemt de MyGFSI-vermelding van BRCGS Food Safety Issue 9  de scopes BIII, C0, CI, CII, CIII, CIV, D en K. De omschrijving per categorie gaat onder meer over plantaardige voorbewerking, dierlijke omzetting, bederfelijke dierlijke of plantaardige producten, gemengde of houdbare producten, diervoeder en voedselingrediënten. Gebruik deze lijst als eerste aanwijzing; F931 en de certificatie-instelling bepalen hoe jouw producten en processen worden afgebakend.

Een bakkerij produceert op locatie A, laat gekoelde opslag uitvoeren op locatie B en verpakt een deel onder huismerk. Noteer die werkelijkheid eerst volledig. Laat de certificatie-instelling daarna beoordelen welke activiteiten en locaties onder dezelfde certificatiescope kunnen vallen.

Op deze pagina

Gebruik de cards om de scopevraag stap voor stap op te bouwen. Het doel is een controleerbare beschrijving voor klant, auditor en certificatie-instelling. Deze pagina neemt het formele scopebesluit niet over.

1. Locatie en eigendom

Begin met het fysieke adres en de grenzen van de locatie. Benoem productiehallen, magazijnen, laboratorium, laadzone en eventuele gedeelde ruimten. Noteer ook welke rechtspersoon het proces bestuurt en wie verantwoordelijk is voor productvrijgave.

Een kantoor op hetzelfde terrein is niet automatisch een aparte scope. Een zelfstandige opslaglocatie buiten het terrein kan wel relevant zijn. De vraag is steeds welke activiteiten de productveiligheid en het gecertificeerde proces beïnvloeden.

2. Product en proces

Schrijf productgroepen en processen in gewone taal op. Denk aan ontvangst, opslag, mengen, verhitten, afkoelen, vullen, etiketteren, metaaldetectie en verzending. Vermeld ook seizoensproducten en nieuwe productlijnen die tijdens de certificatieperiode kunnen starten.

De beschrijving moet aansluiten op je risicoanalyse. Een sauzenproducent vermeldt bijvoorbeeld grondstofontvangst, allergenenwissels, koken, afvullen, gekoelde opslag en vrijgave. Daarmee kan een auditor begrijpen welke beheersing in de BRCGS-eisenkaart terug hoort te komen.

3. Uitbestede activiteiten

Maak elke uitbestede stap zichtbaar: gekoelde opslag, contractverpakking, laboratoriumonderzoek, transport of een bewerking door een derde. Noteer wie de activiteit uitvoert, waar dat gebeurt en hoe je de beheersing controleert.

Een externe partij opnemen in je scope betekent niet automatisch dat die partij onder jouw certificaat valt. Het kan nodig zijn dat de certificatie-instelling de relatie, verantwoordelijkheden en auditbaarheid apart beoordeelt. Beschrijf dus de keten en laat de formele afbakening bevestigen.

4. Scope laten toetsen

Stuur vóór de offerteaanvraag een korte scopebeschrijving naar de certificatie-instelling. Vraag welke productcategorieën, activiteiten en locaties zij in de aanbieding opnemen. Bewaar de versie van je scope en de reactie, zodat verschillen tussen offerte, auditplan en certificaat zichtbaar blijven.

Gebruik deze vragen in je dossier:

VraagVoorbeeld van vastlegging
Welke locatie?Productie en expeditie op adres A
Welke producten?Houdbare sauzen en dressings
Welke processen?Mengen, verhitten, vullen, etiketteren
Welke derden?Koelopslag op adres B, contractlaboratorium
Welke verandering?Nieuwe vegan productlijn vanaf november

Een scopebeschrijving is een voorbereiding, geen certificatiebesluit. Laat twijfel over categorie, uitbesteding of meerdere locaties vóór de audit schriftelijk beantwoorden.

Veelgestelde vragen

Moet elke opslaglocatie op het certificaat staan?

Niet automatisch. Beschrijf de opslaglocatie wel altijd in je keten- en scopevraag. De certificatie-instelling bepaalt hoe de activiteit wordt behandeld.

Kan mijn huismerkklant de scope bepalen?

De klant kan een schema of productgroep eisen. Jij blijft verantwoordelijk voor een volledige beschrijving van je processen. Leg beide verwachtingen vast voordat je een audit boekt.

Wat doe ik bij een nieuwe productlijn?

Beoordeel of de productlijn binnen de bestaande scope valt en vraag dit na bij de certificatie-instelling. Werk je risicoanalyse en documentatie bij voordat het product wordt vrijgegeven.

Bronnen