Skip to Content
ISO 17025Meetonzekerheid

Meetonzekerheid bij ISO 17025

Meetonzekerheid beschrijft de spreiding van waarden die je op basis van beschikbare informatie aan een meetgrootheid kunt toekennen. Een meetresultaat krijgt daardoor context: hoeveel vertrouwen geeft het getal voor jouw toepassing? De RvA-toelichting op ISO 17025  behandelt meetonzekerheid en rapportage. Gebruik die naast de laboratoriumscope en de uitleg van ISO 17025.

Je hoeft als inkoper niet zelf het hele onzekerheidsbudget te berekenen. Je moet wel begrijpen welk resultaat het laboratorium rapporteert en of de bijbehorende onzekerheid past bij je beslissing. Een getal met veel decimalen is op zichzelf geen bewijs van een nauwkeurige meting.

Meetonzekerheid, meetfout en tolerantie

Deze drie begrippen beantwoorden verschillende vragen. Houd ze gescheiden wanneer je een meetrapport bespreekt.

BegripBetekenis in de praktijkVoorbeeldvraag
MeetfoutVerschil tussen een gemeten waarde en een referentiewaardeWelke afwijking is bij vergelijking vastgesteld?
MeetonzekerheidOnzekerheid die bij het resultaat hoortWelke spreiding blijft na de beoordeling van de meetinvloeden over?
TolerantieToegestane grenzen volgens de specificatieWat accepteert de tekening, klantafspraak of producteis?

Een bekende afwijking kan om een correctie vragen. Daarna blijft er meestal onzekerheid over. De tolerantie wordt niet door de meetonzekerheid bepaald: die komt uit de toepassing of specificatie.

Waar komt onzekerheid vandaan?

Een instrument is maar één onderdeel van de meetketen. Ook de methode en omstandigheden kunnen het resultaat beïnvloeden. Onderstaande tabel is een eigen startlijst voor een gesprek met het laboratorium, geen volledig onzekerheidsbudget.

Mogelijke bijdrageWat wil je kunnen terugvinden?
Referentie of kalibratieRelevant certificaat, meetpunt en onzekerheid
HerhaalbaarheidResultaten van passend herhaald meten
ResolutieDe kleinste stap die het instrument kan weergeven
OmgevingInvloed van bijvoorbeeld temperatuur op de meting
Monster en voorbereidingVariatie of veranderingen vóór en tijdens meten
Methode en berekeningOnderbouwde aannames en gebruikte correcties

Vraag hoe de relevante bijdragen zijn beoordeeld en gecombineerd. Een laboratorium mag niet zomaar alle getallen uit verschillende documenten optellen. De samenhang, verdelingen en eventuele afhankelijkheden zijn onderdeel van de technische onderbouwing.

Eenvoudig fictief rekenvoorbeeld

Stel dat een laboratorium voor een lengtemeting een gecombineerde standaardonzekerheid van 0,04 mm heeft bepaald. In dit voorbeeld gebruikt het een dekkingsfactor k = 2. De uitgebreide onzekerheid is dan 2 × 0,04 = 0,08 mm.

Een resultaat kan in dit vereenvoudigde voorbeeld worden weergegeven als 20,00 mm ± 0,08 mm, met k = 2. De werkelijke onderbouwing hoort bij de methode en het rapport. Dit is alleen een uitleg van de laatste rekenstap; het is geen uitgewerkte validatie of geschikt onzekerheidsbudget voor een echte meting.

NIST legt uit  dat k = 2 onder passende aannames ongeveer 95% dekking kan geven. Dat percentage volgt niet automatisch uit ieder getal met “±”. De verdeling en betrouwbaarheid van de schatting zijn bepalend.

Past het resultaat bij je beslissing?

Stel dat een fictieve klant een maat tussen 19,95 en 20,05 mm accepteert. De centrale waarde van het voorbeeld ligt daarbinnen, maar de uitgebreide onzekerheid is relevant bij de beslissing. Bespreek daarom vooraf welke beslisregel het laboratorium gebruikt wanneer het “voldoet” of “voldoet niet” rapporteert.

Een beslisregel beschrijft hoe onzekerheid wordt meegenomen bij zo’n uitspraak. Kies die passend bij de norm, regeling of afspraak die op de opdracht van toepassing is. Het laboratorium en de klant moeten weten welke conclusie gevraagd wordt; een losse meetwaarde en een conformiteitsverklaring zijn verschillende uitkomsten.

Vraag bij een gerapporteerde onzekerheid ook naar eenheid, dekkingsfactor en onderbouwing. Vergelijk resultaten pas als duidelijk is dat dezelfde grootheid en omstandigheden worden bedoeld.

Veelgestelde vragen

Moet de meetonzekerheid altijd zo klein mogelijk zijn?

Ze moet passen bij het beoogde gebruik. Een veel kleinere onzekerheid kan extra tijd of middelen kosten zonder dat die jouw beslissing verbetert. Spreek de benodigde geschiktheid vooraf af.

Is k = 2 verplicht bij iedere ISO 17025-meting?

Nee, maak daar geen universele regel van. Het toepasselijke technische kader en de onderbouwing bepalen de werkwijze. De NIST-uitleg is achtergrond bij het begrip en vervangt de RvA-eisen voor een specifieke discipline niet.

Bewijst een kalibratiecertificaat dat mijn volledige meetproces klopt?

Nee. Het certificaat geeft informatie over de uitgevoerde kalibratie. De toepassing, omgeving, methode en het gemeten object kunnen aanvullende invloeden hebben.

Bronnen