Normwijzer.nlHulp bij certificering in Nederland

Hulp nodig bij CO₂-Prestatieladder?

Wij helpen je verder. Vertel wat je nodig hebt en wij brengen je in contact met tot 3 specialisten in CO₂-Prestatieladder.

Waar kunnen we je mee helpen?
Skip to Content

CO2-Prestatieladder niveau 2: eisen uit handboek 3.1

Niveau 2 van de CO2-Prestatieladder bouwt op niveau 1 en vraagt meer dan alleen inzicht. Je hebt de energiestromen van je organisatie in kaart, je stelt een eerste reductiedoel met maatregelen, je communiceert erover en je neemt deel aan een sector- of keteninitiatief. De eisen staan in het handboek CO2-Prestatieladder 3.1 , in de auditchecklijsten van hoofdstuk 6. Op de overzichtspagina over niveaus lees je hoe niveau 2 zich verhoudt tot de andere niveaus.

Niveau 2 geldt voor alle organisatiegroottes. Er zijn geen aparte eisen voor kleine of grote bedrijven, zoals bij niveau 4 en 5.

Deze pagina beschrijft handboek 3.1. SKAO publiceerde handboek 4.0 op 14 januari 2025. Audits volgens 3.1 kunnen nog tot 14 januari 2027, daarna geldt alleen 4.0 met treden in plaats van niveaus. Zie de overgangsregeling  en niveaus en treden.

Hoe haal je niveau 2?

Een organisatie voldoet aan niveau 2 als drie dingen gelden. Ten eerste voldoe je aan de algemene eisen van de ladder (hoofdstuk 6.1). Ten tweede haal je het minimum op de invalshoeken A, B, C en D van niveau 2, en voldoe je aan de eisen van niveau 1. Ten derde moet de som van je gewogen scores minstens 90 procent zijn van de maximale score: 22,5 van de 25 punten.

Dat betekent dat je niet kunt overslaan. Een sterke score op inzicht maakt een zwakke score op reductie niet goed. De LadderCI kijkt per eis en per invalshoek, en geeft per eis een proportionele score.

De eisen per invalshoek

De ladder kent vier invalshoeken: inzicht (A), reductie (B), transparantie (C) en participatie (D). Hieronder de eisen van niveau 2 met de scorerichtlijn uit het handboek.

EisWat je aantoontMaximale score
2.A.1Alle energiestromen van de organisatie en de projecten met CO2-gerelateerd gunningvoordeel zijn kwantitatief in kaart gebracht10 (5 bij één energiestroom)
2.A.2De lijst is volledig en wordt minimaal jaarlijks opgevolgd en actueel gehouden5
2.A.3Een actuele energiebeoordeling voor de organisatie en de projecten, conform ISO 50001 paragraaf 4.4.310 (5 bij partiële beoordeling)
2.B.1Een kwalitatief omschreven reductiedoelstelling met maatregelen voor projecten10
2.B.2Een doelstelling voor alternatieve brandstoffen en/of groene stroom, met maatregelen voor projecten10
2.B.3De doelstelling en maatregelen zijn gedocumenteerd, geïmplementeerd en gecommuniceerd aan medewerkers3
2.B.4De reductiedoelstelling is onderschreven door het hoger management2
2.C.1Structurele interne communicatie over het energiebeleid, de reductiedoelstellingen en de maatregelen in projecten10 (5 bij één keer per jaar)
2.C.2Een effectieve stuurcyclus met toegewezen verantwoordelijkheden10 (5 bij alleen toegewezen)
2.C.3De externe belanghebbenden zijn geïdentificeerd5
2.D.1Passieve deelname aan minimaal één sector- of keteninitiatief dat past bij de projectenportefeuille20

Bij 2.A.1 krijg je de volle 10 punten alleen als ook eis 1.A.3 is voldaan. Dat is een opvolging van de lijst die je al op niveau 1 moest bijhouden. Zonder die opvolging blijft het maximum lager.

Voorbeeld: energiestromen voor een installatiebedrijf

Neem een fictief installatiebedrijf met twintig medewerkers, twee bestelwagens, een kantoor en één werkplaats. Voor eis 2.A.1 maakt het bedrijf een lijst met de energiestromen. Die lijst ziet er zo uit:

EnergiestroomBronEenheidVerbruik per jaarAantoonbaar via
Elektriciteit kantoorEnergieleverancierkWhUit jaarafrekeningFactuur
Aardgas werkplaatsEnergieleverancierm3Uit jaarafrekeningFactuur
Diesel bestelwagensTankpasliterUit tankpasoverzichtTankpasoverzicht
Benzine personenauto directieTankpasliterUit tankpasoverzichtTankpasoverzicht
Brandstof aggregaat op bouwplaatsInkoopfacturenliterUit inkoopadministratieFactuur

De kolom “aantoonbaar via” is de kern. De auditor controleert steekproefsgewijs of de cijfers kloppen met facturen en verbruiksdata. Schattingen mogen, maar je moet ze onderbouwen en laten zien hoe je ze stap voor stap vervangt door echte data.

Voor de omrekening van deze energiestromen naar CO2 gelden de regels van niveau 3. Die lees je op de niveau 3-pagina, en de rekenmethode staat op CO2-footprint berekenen.

Eis 2.B: een doelstelling die hoger management onderschrijft

Het verschil met niveau 1 zit vooral in reductie. Een kwalitatieve doelstelling is niet genoeg als die los staat van de praktijk. Het handboek verwacht dat je doelstelling voortkomt uit een onderzoek naar reductiemogelijkheden, dat je per project een lijst met maatregelen hebt en dat de doelstelling jaarlijks wordt bijgesteld.

Een voorbeeld van een kwalitatieve doelstelling voor hetzelfde installatiebedrijf: “We rijden binnen twee jaar met een zuiniger wagenpark en bij elke nieuwe bouwplaats kijken we eerst naar het gebruik van een aggregaat.” Die zin is niet kwantitatief, dat hoeft ook niet op niveau 2. Wat wel telt: de directie heeft die doelstelling onderschreven (eis 2.B.4), en de medewerkers kennen hem (eis 2.B.3).

Eis 2.C: intern en extern communiceren

Op niveau 2 moet je structureel intern communiceren over je energiebeleid. Eis 2.C.1 beloont de frequentie: 10 punten bij minstens twee keer per jaar, 5 punten bij één keer per jaar. Een installatiebedrijf kan bijvoorbeeld in het teamoverleg van maart en september de doelstelling en de maatregelen op de bouwplaatsen bespreken. Eis 2.C.2 vraagt om een stuurcyclus: wie is verantwoordelijk voor de doelstelling, hoe vaak wordt die besproken, en wat gebeurt er als het niet loopt? Eis 2.C.3 vraagt je om de externe belanghebbenden te benoemen, zoals opdrachtgevers, leveranciers en omwonenden.

Wat de auditor wil zien: een actieoverzicht met eigenaren en data, en een verslag van het overleg waarin de voortgang is besproken.

Eis 2.D: deelnemen aan een initiatief

Eis 2.D.1 vraagt dat je passief deelneemt aan minimaal één sector- of keteninitiatief dat past bij je projecten. Passief betekent in dit geval dat je je inschrijft, contributie betaalt of sponsort. Je haalt vooral informatie op. Je hoeft nog geen initiatief te leiden. Dat is pas op niveau 4 een eis (4.D.1).

Het initiatief moet gericht zijn op het verminderen van een van je meest materiële CO2-emissies, een ander of beter product, dienst of werkproces opleveren voor je eigen organisatie, en vernieuwend zijn. Het verband met je projecten leg je via de grootste energiestromen uit eis 2.A.1. Een installatiebedrijf met veel dieselverbruik kiest bijvoorbeeld een initiatief rond emissievrij materieel.

Stappen om van niveau 1 naar niveau 2 te gaan

Wie al op niveau 1 zit, hoeft de basis niet opnieuw te bouwen. Werk in deze volgorde:

  1. Controleer de energiestromenlijst op volledigheid en voeg ontbrekende stromen toe, zodat eis 1.A.3 wordt aangetoond.
  2. Vervang schattingen door verbruiksgegevens uit facturen en tankpassen, en leg vast welke schattingen je nog gebruikt.
  3. Laat een energiebeoordeling maken die aansluit op ISO 50001 paragraaf 4.4.3, of breng de bestaande in lijn met die paragraaf.
  4. Formuleer de reductiedoelstelling en laat de directie die onderschrijven. Zet een datum voor de volgende herziening in de agenda.
  5. Richt een stuurcyclus in met namen, een vaste bespreking en een actielijst. Communiceer de doelstelling intern en benoem de externe belanghebbenden.
  6. Kies een sector- of keteninitiatief dat past bij je projecten en neem daar passief aan deel.

Elke stap levert bewijs op. Bewaar het bij je portfolio, zodat de LadderCI het bij de beoordeling direct kan terugvinden.

Wat wil de auditor zien bij niveau 2?

  • Een energiestromenlijst met kwantificering, bronnen en een plan om schattingen te vervangen.
  • Een actuele energiebeoordeling volgens ISO 50001 paragraaf 4.4.3, of een deel daarvan met motivatie.
  • Een reductiedoelstelling met maatregelen, en een bewijs van goedkeuring door de directie.
  • Een verslag van de communicatie en van de stuurcyclus.
  • Het bewijs van deelname aan een initiatief.

Veelgemaakte fouten op niveau 2

Een lijst zonder bronnen. Het aantal energiestromen klopt, maar niemand kan laten zien waar de cijfers vandaan komen. Dan vallen de punten van 2.A.1 weg.

Een doelstelling die niemand kent. De doelstelling staat in het managementsysteem, maar de medewerkers hebben er nooit van gehoord. Eis 2.B.3 vraagt om communicatie, niet alleen om documentatie.

Een initiatief dat niet past. Lidmaatschap van een algemene vereniging levert niet automatisch punten op. Het initiatief moet vernieuwend zijn en verband houden met je grootste energiestromen. Eis 2.D.1 is 20 punten waard, dus dit is een dure fout.

Niveau 2 zonder niveau 1. Het handboek vraagt om alle onderliggende eisen. Wie niveau 1 niet op orde heeft, komt niet aan niveau 2 toe.

Volgende stap

Als je niveau 2 als doel hebt, begin met de checklist voor de audit en het stappenplan. Wil je hoger, lees dan de eisen van niveau 3 of het niveau 4 overzicht. Voor het auditproces zelf kijk je naar het auditproces.

Bronnen