Executieklassen EXC1 t/m EXC4 bij EN 1090
Een executieklasse (EXC) is het eisenniveau voor het maken van een staal- of aluminiumconstructie volgens EN 1090. Er zijn vier klassen: EXC1 is de lichtste, EXC4 de zwaarste. Hoe hoger de klasse, hoe strenger de eisen aan lassen, controle en vastlegging.
De klasse staat niet in je certificaat als keuze van jezelf. De constructeur legt hem per project vast in de bestekstukken. Je EN 1090-certificaat vermeldt tot welke klasse je mag werken. Voor lassen volgt uit de klasse welk deel van ISO 3834 je nodig hebt. Achtergrond over de wettelijke kant vind je bij Bouwen met Staal .
Kort antwoord: EXC1 voor eenvoudige constructies met kleine gevolgen bij bezwijken, EXC2 voor de meeste gebouwen, EXC3 voor constructies met grote gevolgen of vermoeiingsbelasting, EXC4 voor bijzondere constructies met extreme gevolgen.
Overzicht van de executieklassen met voorbeelden
De tabel hieronder geeft per klasse een typisch voorbeeld. De voorbeelden zijn indicatief. De constructeur bepaalt de klasse op basis van het ontwerp, de belasting en de nationale bijlage van de Eurocode.
| Klasse | Typische toepassing | Voorbeeld |
|---|---|---|
| EXC1 | Eenvoudige constructies, kleine gevolgen bij bezwijken, statische belasting | Landbouwschuur waar zelden mensen komen, eenvoudige kas |
| EXC2 | De meeste gebouwen met normale gevolgklasse | Bedrijfshal, kantoorgebouw, woongebouw, stalen bordes |
| EXC3 | Grote gevolgen bij bezwijken of vermoeiingsbelasting | Tribune, grote overkapping met veel publiek, veel bruggen |
| EXC4 | Bijzondere constructies met extreme gevolgen | Alleen op projectspecificatie, met extra eisen per las |
In de praktijk werken de meeste Nederlandse staalbouwers in EXC2. Wie bruggen of zwaar belaste constructies maakt, heeft vaak EXC3 nodig. EXC4 is zeldzaam en vraagt altijd aanvullende afspraken in het project.
Wie bepaalt de executieklasse bij EN 1090?
De constructeur, niet de staalbouwer. Sinds EN 1090-2:2018 staan de regels voor de keuze in de Eurocode voor staalconstructies, NEN-EN 1993-1-1, bijlage C. De oude vuistregel “geen klasse genoemd, dan EXC2” bestaat in de editie van 2018 niet meer. De klasse moet dus altijd expliciet in de uitvoeringsspecificatie staan.
De keuze begint bij de gevolgklasse uit de Eurocode NEN-EN 1990. Die beschrijft hoe ernstig het is als de constructie bezwijkt:
| Gevolgklasse | Betekenis | Gebruikelijke executieklasse bij statische belasting |
|---|---|---|
| CC1 | Kleine gevolgen voor mensen, economie of omgeving | EXC1 |
| CC2 | Gemiddelde gevolgen | EXC2 |
| CC3 | Grote gevolgen | EXC3 |
Bij vermoeiing of aardbevingsbelasting kan de klasse een stap hoger uitvallen. Nationale bijlagen mogen hiervan afwijken. Gebruik deze tabel dus als leeswijzer, niet als vervanging van de berekening.
Voorbeeld: één project, twee klassen
Een staalbouwer levert een hal met een kraanbaan. De constructeur kiest EXC2 voor de spanten en gordingen. Voor de kraanbaanliggers, die steeds wisselend belast worden, kiest hij EXC3. Op de tekeningen staat per onderdeel de klasse.
De werkplaats moet dan voor beide klassen gecertificeerd zijn. Een certificaat tot en met EXC2 is hier niet genoeg. Controleer altijd op je certificaat tot welke klasse het geldt.
Zo staat de executieklasse in de bestekstukken
Een duidelijke uitvoeringsspecificatie voorkomt discussie achteraf. Onderstaand fictief voorbeeld laat zien welke gegevens je als staalbouwer per onderdeel wilt terugzien.
| Onderdeel | Executieklasse | Staalsoort | Conservering | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|---|
| Spanten as A tot F | EXC2 | S355J2 | Thermisch verzinkt | Geen |
| Kraanbaanliggers | EXC3 | S355J2 | Gestraald en gecoat | Vermoeiingsbelast, aanvullend onderzoek |
| Bordes en trap | EXC2 | S235JR | Thermisch verzinkt | Geen |
Ontbreekt een kolom, zoals de executieklasse, dan vraag je die op bij de constructeur voordat je de order bevestigt.
Wat verandert er per executieklasse in de werkplaats?
De klasse bepaalt vooral de eisen aan lassen. Onderstaande tabel is een vereenvoudigd overzicht op basis van EN 1090-2. Toets details altijd aan de norm zelf.
| Onderwerp | EXC1 | EXC2 | EXC3 | EXC4 |
|---|---|---|---|---|
| ISO 3834-deel | Deel 4 (elementair) | Deel 3 (standaard) | Deel 2 (uitgebreid) | Deel 2 (uitgebreid) |
| Lascoördinator (ISO 14731) | Niet vereist | Vereist, meestal basis (B) of specifiek (S) | Vereist, specifiek (S) of uitgebreid (C) | Vereist, uitgebreid (C) |
| Acceptatieniveau lassen (ISO 5817) | Grotendeels niveau D | Grotendeels niveau C | Niveau B | Niveau B plus extra eisen per las |
| Aanvullend niet-destructief onderzoek | Omvang volgens tabel in EN 1090-2 | Ruimer dan EXC1 | Ruimer dan EXC2 | Vastgelegd per project |
De kennisniveaus B, S en C komen overeen met de bekende lasdiploma’s: B ligt bij International Welding Specialist (IWS), S bij International Welding Technologist (IWT) en C bij International Welding Engineer (IWE). Het kennisniveau van de lascoördinator hangt naast de klasse ook af van de staalsoort en de plaatdikte. EN 1090-2 heeft daar een aparte tabel voor. Meer over lascoördinatie staat op de pagina over ISO 3834.
Wat wil de auditor zien bij de executieklasse?
De notified body kijkt tijdens de initiële inspectie of je werkwijze past bij de klasse die je aanvraagt. Concreet vraagt een auditor vaak naar:
- Een recent projectdossier waarin de executieklasse op de tekening of in het bestek staat.
- Lasmethodebeschrijvingen (WPS) en kwalificaties die die klasse dekken.
- Een aangewezen lascoördinator met passend kennisniveau en zijn taken.
- Inspectieverslagen van lassen, met het juiste acceptatieniveau.
- Hoe je een order controleert als de klasse ontbreekt in de stukken.
Dat laatste punt is belangrijk. Een goede contractbeoordeling vangt een ontbrekende klasse op vóór de productie start.
Veelgemaakte fouten bij executieklassen
Zelf een klasse kiezen. De staalbouwer mag de klasse niet invullen als de constructeur hem vergeet. Vraag hem schriftelijk op en leg het antwoord vast.
Te hoog certificeren. Een certificaat voor EXC3 klinkt goed, maar vraagt een zwaardere lascoördinator en meer onderzoek. Kies de klasse die je werk echt vraagt.
Te laag certificeren. Andersom kom je in de problemen bij een kraanbaan of brugdeel. Kijk vooruit naar de opdrachten die je de komende jaren wilt aannemen.
Eén klasse voor het hele project aannemen. Onderdelen kunnen verschillende klassen hebben. Lees de tekeningen per onderdeel.
Veelgestelde vragen over executieklassen
Mag ik met een EXC3-certificaat ook EXC2-werk maken?
In de praktijk dekt een certificaat voor een hogere klasse ook de lagere klassen. Je past dan wel de eisen van de lagere klasse toe, tenzij het project strenger vraagt. Kijk voor de zekerheid op je certificaat en vraag het na bij je notified body.
Geldt de executieklasse ook voor aluminium?
Ja. EN 1090-3 voor aluminiumconstructies gebruikt dezelfde vier klassen. De technische eisen verschillen wel van staal, bijvoorbeeld bij lassen en voorbehandeling. Hoe dat in de praktijk uitpakt, lees je op EN 1090-3 voor aluminium.
Kan ik later een hogere executieklasse aanvragen?
Ja. Je vraagt bij je notified body een uitbreiding van het certificaat aan. Je laat dan zien dat je aan de zwaardere eisen voldoet, bijvoorbeeld met een lascoördinator op hoger niveau en aanvullende lasmethodekwalificaties. De notified body beoordeelt de uitbreiding meestal tijdens een extra of regulier bezoek.
Wat als de constructeur geen klasse opgeeft?
Dan stop je en vraag je hem op. Onder EN 1090-2:2018 geldt geen automatische standaardklasse meer. Leg het verzoek en het antwoord vast in je projectdossier, als onderdeel van je ISO 9001-documentbeheer of je FPC-registraties.