Normwijzer.nlHulp bij certificering in Nederland

Hulp nodig bij ISO/IEC 17025 (accreditatie)?

Wij helpen je verder. Vertel wat je nodig hebt en wij brengen je in contact met tot 3 specialisten in ISO/IEC 17025 (accreditatie).

Waar kunnen we je mee helpen?
Skip to Content
ISO 17025Kalibratielaboratorium

ISO 17025 kalibratie: accreditatie voor een kalibratielaboratorium

Een kalibratielaboratorium controleert of een meetinstrument de juiste waarde geeft, vergeleken met een referentie die herleidbaar is naar de internationale meeteenheid. De Raad voor Accreditatie (RvA) beschrijft kalibratielaboratoria  zo en accrediteert ze op basis van ISO/IEC 17025. Het verschil met een testlaboratorium zit in het doel: je test een eigenschap van een product, je kalibreert een meetmiddel. Voor de afbakening van de erkenning gebruik je de scope van accreditatie, en voor de bijbehorende onzekerheid de pagina over meetonzekerheid.

Zoek je het antwoord op de vraag “wat is ISO 17025” in plaats van de kalibratie-accreditatie, lees dan eerst de uitleg van ISO 17025 en de aanvraagroute. Dit artikel gaat over de extra punten die bij een kalibratielaboratorium meetellen.

Wat is het verschil met een testlaboratorium?

De RvA onderscheidt testlaboratoria en kalibratielaboratoria als aparte disciplines binnen dezelfde norm. Voor beide heeft de RvA een eigen accreditatiespecificatie (ASR, een document met de regels per discipline). Voor testlaboratoria is dat ASR105 , voor kalibratielaboratoria ASR106 .

KenmerkTestlaboratoriumKalibratielaboratorium
HoofdvraagWelke eigenschap heeft dit materiaal of product?Hoe ver wijkt dit meetinstrument af van de referentie?
ResultaatEen testrapport met de gemeten eigenschapEen kalibratiecertificaat met resultaten en onzekerheid
Belangrijkste bewijsMethode, validatie en ringonderzoekOnzekerheidsberekening, referentienormalen, traceerbaarheid en ringonderzoek
Typische klantEen productiebedrijf dat keuringen nodig heeftEen bedrijf met meetmiddelen die onder een kwaliteitssysteem vallen

Hoe ziet de scope van een kalibratielaboratorium eruit?

ASR106 (versie 1.0, in werking sinds 15 september 2025) legt vast hoe de scope eruitziet. Een scope voor kalibratie is een tabel. Per regel staan de meetgrootheid, het meetbereik, de vergrote meetonzekerheid, een opmerking met de kalibratiemethode en de locatie. Daarnaast staat er een HCS-code (Harmonised Classification Scheme) bij, een classificatiecode voor het soort kalibratie.

De RvA noemt de vergrote meetonzekerheid in de scope de CMC (Calibration and Measurement Capability). Het is de laagste vergrote meetonzekerheid die het laboratorium onder normale omstandigheden kan aanbieden, met een dekkingswaarschijnlijkheid van 95 procent, berekend volgens EA-4/02 M. EA is de European cooperation for Accreditation, en EA-4/02 M is de gids voor onzekerheid bij kalibratie.

De RvA noemt in ASR106 onder meer deze werkterreinen: massa en gewicht, druk en vacuüm, temperatuur, vochtigheid, kracht, geometrische grootheden, tijd en frequentie, volume van gassen en vloeistoffen en chemische analyses. Een kalibratielaboratorium dat alleen weegschalen controleert, heeft dus een andere scope dan een laboratorium dat ook thermometers en elektrische meetmiddelen kalibreert.

Twee praktische punten staan ook in ASR106. Kalibraties bij de klant (on site) en in een meetwagen staan apart op de scope, met een eigen onzekerheid, omdat die kan afwijken van de onzekerheid in het laboratorium. En een flexibele scope is voor kalibratielaboratoria bij de RvA op dit moment niet mogelijk. Je scope blijft dus een vaste lijst.

Wat de RvA bij kalibratie beoordeelt

De RvA beoordeelt een kalibratielaboratorium op dezelfde ISO/IEC 17025-eisen als een testlaboratorium: competentie van personeel, geschikte omgeving, meetapparatuur, traceerbaarheid, methoden en rapportage. Voor kalibratie krijgen drie onderdelen extra gewicht.

Referentienormalen en traceerbaarheid

Elke referentie waarmee je vergelijkt moet zelf gekalibreerd zijn, bij een laboratorium dat op zijn beurt aantoonbaar herleidbaar is. Dit is de ketenbeschouwing uit de pagina over metrologische traceerbaarheid. De auditor vraagt om de kalibratieketen per referentie, met datums en certificaten.

Kalibratiemogelijkheden en onzekerheid

Per meetgrootheid en bereik geef je op welke onzekerheid je kunt bereiken. Volgens ASR106 neemt de onderbouwing volgens EA-4/02 M een prominente plaats in bij de beoordeling. Een getal uit een catalogus volstaat dus niet. Zie de meetonzekerheid-uitleg voor de rekenlogica.

Omgeving en apparatuur

Temperatuur, luchtvochtigheid en trillingen beïnvloeden kalibratie direct. De omgeving moet bewaakt en geregistreerd zijn, en de meetapparatuur moet op een vastgesteld interval worden gecontroleerd.

Bij een initiële beoordeling bekijkt de RvA alle werkterreinen van de aanvraag. Doet het laboratorium kalibraties buiten het laboratorium, dan woont de technisch assessor minstens één zo’n kalibratie bij de klant of in de meetwagen bij. Ook de ringonderzoeken krijgen aandacht: de RvA gebruikt de HCS-codes als basis voor de deelname. Lees daarvoor de pagina over ringonderzoek.

Wat staat er op een kalibratiecertificaat?

De RvA toetst of het certificaat voldoet aan ISO/IEC 17025 en aan ILAC P14, het beleid van het internationale accreditatieverband ILAC over meetonzekerheid bij kalibratie. In ASR106 staat een voorbeeldcertificaat. Andere invullingen zijn toegestaan, maar dit zijn de velden die je er terugvindt:

  • een uniek certificaatnummer en de klantgegevens;
  • identificatie van het instrument: fabrikant, type, serienummer en de datum van ontvangst;
  • de kalibratiemethode, de locatie, de omgevingscondities en de datum of periode van kalibratie;
  • de resultaten met eenheden en onzekerheden, waarbij resultaten buiten de accreditatie of van externe toeleveranciers duidelijk gemarkeerd zijn;
  • de uitleg van de onzekerheid: het product van de standaardonzekerheid en de dekkingsfactor k, voor ongeveer 95 procent dekking;
  • de herleidbaarheid van de gebruikte standaarden;
  • datum van afgifte en naam en functie van degene die het certificaat vrijgeeft.

Geeft het laboratorium ook een conformiteitsverklaring af, dan moet het certificaat aangeven op welke resultaten die geldt, aan welke specificaties wel of niet wordt voldaan en welke beslisregel is gebruikt. Zie de pagina over conformiteitsverklaring. Verder moet het certificaat duidelijk maken dat de resultaten alleen gelden voor het gekalibreerde object. Dat mag achterwege blijven als het certificaat het object ondubbelzinnig beschrijft (zo legt de RvA het uit in INF002, onderdeel 7.8.2.1l).

Fictief voorbeeld: een thermometer kalibreren

Een fictief kalibratielaboratorium krijgt twee aanvragen: een digitale thermometer voor een levensmiddelenbedrijf en een drukmeter voor een chemische fabriek. De eerste valt onder temperatuur, de tweede onder druk. Ze hebben aparte referenties, aparte onzekerheidsberekeningen en aparte scoperegels.

StapThermometer (fictief)Drukmeter (fictief)
ReferentieReferentiethermometer met kalibratiecertificaatGewichtenset of referentiemanometer met certificaat
MeetpuntenDrie punten binnen het bereik van de klantVijf punten over het bereik
OnzekerheidPer meetpunt, met de gebruikte k-factorPer meetpunt, met de gebruikte k-factor
UitkomstAfwijking per meetpunt, zonder uitspraak over geschiktheidAfwijking per meetpunt, plus een conformiteitsverklaring als de klant die vraagt

Het certificaat van de thermometer toont de gemeten afwijkingen en de onzekerheid. Het zegt niet of het instrument voor de klant geschikt is. Die beslissing neemt de klant, op basis van zijn eigen tolerantie. Vraagt hij het laboratorium om die uitspraak te doen, dan hoort er een afgesproken beslisregel bij.

Een kalibratiecertificaat is geen bewijs dat je hele meetproces klopt. Het bewijst alleen de kalibratie van het meetmiddel op het moment van kalibreren, onder de genoemde omstandigheden.

Hoe kies je als klant een kalibratielaboratorium?

Als inkoper controleer je drie dingen. Eerst de accreditatieverklaring, daarna de scope van die verklaring, en tot slot of jouw meetgrootheid en bereik erin staan.

  1. Vraag om de accreditatieverklaring en de scope, en leg ze naast je eigen meetmiddel.
  2. Controleer of jouw meetgrootheid, bereik en gewenste onzekerheid binnen de scope vallen. De CMC in de scope is de ondergrens: een betere onzekerheid dan de CMC kan het laboratorium niet leveren.
  3. Vraag of het laboratorium deelneemt aan vergelijkende onderzoeken en hoe het de resultaten gebruikt. Zie de pagina over ringonderzoek.

Let ook op het accreditatiemerk. Het mag alleen staan bij kalibraties die onder de scope vallen. De RvA noemt in ASR106 het gebruik van het merk voor een activiteit die niet geaccrediteerd is zelfs als voorbeeld van een A-afwijking, de zwaarste categorie. Een certificaat zonder merk is geen geaccrediteerde kalibratie. Het kan wel bruikbaar zijn, bijvoorbeeld als je zelf de herleidbaarheid kunt aantonen. Vraag het laboratorium in dat geval naar de keten achter het certificaat.

Veelgemaakte fouten bij kalibratie

  • Scope te breed lezen. Een laboratorium dat op een meetgrootheid is geaccrediteerd, is niet automatisch geaccrediteerd voor alle bereiken en onzekerheden binnen die grootheid.
  • Referentie zonder certificaat. Een werkstandaard die jaren niet is gekalibreerd, maakt de hele keten onzeker.
  • Onzekerheid uit het hoofd. Een onzekerheidsopgave zonder berekening kan de auditor niet navolgen.
  • Interval zonder onderbouwing. Het kalibratie-interval moet op gebruik, stabiliteit en eerdere resultaten zijn gebaseerd, niet op een vast jaartal dat iemand ooit heeft gekozen.
  • Accreditatiemerk op alles. Een certificaat met merk, waarvan een deel van de resultaten buiten de scope valt, moet die resultaten duidelijk markeren.

Wat je nodig hebt voor een aanvraag

ASR106 geeft een lijst met documenten die het laboratorium aan de RvA geeft. Voor een initiële aanvraag zijn dat onder meer:

  • documentatie van het kwaliteitssysteem en een kruisverwijzingstabel tussen de eisen van de norm en je eigen systeem;
  • het rapport van een recente interne audit en van de laatste managementreview;
  • de technische uitvoeringsvoorschriften voor alle aangevraagde kalibratiegrootheden;
  • validatierapporten en onzekerheidsberekeningen volgens EA-4/02 voor alle grootheden;
  • de resultaten van ringonderzoeken waaraan is deelgenomen, plus het plan voor deelname;
  • een voorbeeld van een kalibratierapport en kalibratiecertificaat.

Gebruik dit overzicht als checklist voordat je met de accreditatieaanvraag begint. De RvA verlangt bovendien dat je voor de beoordeling met interne audits hebt bevestigd dat je voor de hele aangevraagde scope aan alle eisen voldoet. De kosten en doorlooptijd hangen sterk af van het aantal meetgrootheden en bereiken; zie kosten en doorlooptijd.

Veelgestelde vragen

Moet een kalibratielaboratorium ook testen kunnen doen? Nee. De discipline is per activiteit. Een laboratorium dat zowel test als kalibreert, heeft voor elke activiteit een eigen scope en bewijs nodig.

Mag een bedrijf zijn eigen meetmiddelen intern kalibreren? Ja, de RvA staat dat toe voor laboratoria die hun eigen apparatuur kalibreren. De interne kalibratie moet dan voldoen aan de eisen aan een kalibratielaboratorium: een adequate procedure, competent personeel, een onzekerheidsberekening per stap volgens EA-4/02, een ononderbroken herleidbaarheidsketen en goede registraties. Dat staat in INF002 bij onderdeel 6.4.6. Kiest een laboratorium hiervoor, dan voegt de RvA periodiek een aparte kalibratie-assessor toe aan het beoordelingsteam. Apparatuur hoeft alleen gekalibreerd te worden als die een significante invloed heeft op het resultaat.

Is elk kalibratiecertificaat van een geaccrediteerd lab hetzelfde? Nee. De accreditatie geldt voor de vermelde meetgrootheden en bereiken. Lees per certificaat welke meetpunten zijn gekalibreerd en welke onzekerheid erbij hoort.

Waar begin ik als ik een kalibratielaboratorium wil worden? Begin bij de scope en bij de referentienormalen. Pas als die op orde zijn, heeft een aanvraag zin. De quickscan van de RvA geeft eerst een eerste indruk van de voorwaarden.

Bronnen