Scope 1, 2 en 3 emissies uitgelegd (CO2-Prestatieladder)
Scope 1, 2 en 3 verdelen de CO2-uitstoot van een organisatie naar bron. Scope 1 is directe uitstoot uit eigen bronnen, zoals diesel in je busjes. Scope 2 is de uitstoot van ingekochte energie, zoals elektriciteit. Scope 3 is alle andere uitstoot in je keten, van ingekochte materialen tot het gebruik van je producten. De indeling komt uit het GHG Protocol , de wereldwijde standaard voor CO2-boekhouding. De CO2-Prestatieladder gebruikt dezelfde indeling, maar bepaalt per niveau of trede welke scopes je moet meten. Hoe je de getallen berekent, lees je bij CO2-footprint berekenen.
Kort antwoord: scope 1 = wat je zelf verbrandt of uitstoot. Scope 2 = de uitstoot bij het opwekken van de stroom en warmte die je inkoopt. Scope 3 = de uitstoot van anderen in je waardeketen, verdeeld over 15 categorieën. Voor niveau 3 of trede 1 van de ladder meet je vooral scope 1 en 2. Vanaf niveau 4 of trede 2 komt scope 3 erbij.
Op deze pagina
Definities en voorbeelden naast elkaar.
De drie scopesLocatiegebaseerd en marktgebaseerd rekenen.
Scope 2: twee methodenUpstream en downstream met voorbeelden.
De 15 scope 3-categorieënScopes per niveau en per trede.
Wat de ladder vraagtScope 1, 2 en 3: het verschil in één tabel
| Scope | Wat het is | Voorbeelden bij een aannemer | Waar je de data vandaan haalt |
|---|---|---|---|
| Scope 1 | Directe uitstoot uit bronnen die je zelf bezit of beheert | Diesel in eigen graafmachines en busjes, aardgas voor verwarming, lekkage van koudemiddelen | Tankpassen, brandstofbonnen, gasrekening, onderhoudslogboeken |
| Scope 2 | Indirecte uitstoot van ingekochte elektriciteit, warmte, stoom of koeling | Stroom op kantoor en op de bouwplaats, stadsverwarming | Energierekeningen, meterstanden |
| Scope 3 | Alle overige indirecte uitstoot in de waardeketen, upstream en downstream | Productie van ingekocht beton, transport door leveranciers, woon-werkverkeer, afvalverwerking | Inkoopdata, leveranciersgegevens, LCA’s, schattingen |
Een handige vuistregel: bij scope 1 komt de uitstoot uit jouw uitlaat of schoorsteen. Bij scope 2 uit de schoorsteen van de energiecentrale die jouw stroom maakt. Bij scope 3 uit de uitlaat of schoorsteen van iemand anders in je keten.
Een leaseauto of geleasede machine waarover je zelf de controle hebt, telt bij de meeste organisaties als scope 1. Een ingehuurde onderaannemer met eigen materieel valt in scope 3. Leg je keuze vast in je organisatiegrenzen, zodat de auditor ziet hoe je hebt afgebakend.
Scope 2: locatiegebaseerd en marktgebaseerd
Volgens de GHG Protocol Scope 2 Guidance reken je scope 2 op twee manieren.
| Methode | Hoe het werkt | Effect van groene stroom |
|---|---|---|
| Locatiegebaseerd | Gemiddelde uitstoot van het stroomnet in je land | Geen effect: je rekent met de netgemiddelde factor |
| Marktgebaseerd | Uitstoot van de stroom die je contractueel inkoopt | Met garanties van oorsprong kan je scope 2 dalen |
Handboek 4.0 van de ladder vraagt beide. De locatiegebaseerde voetafdruk is nieuw. Voor de marktgebaseerde voetafdruk heeft een leverancierspecifieke factor voor grijze stroom de voorkeur. Dat staat in de wijzigingenlijst 4.0-3.1 van SKAO .
De 15 categorieën van scope 3
De GHG Protocol Scope 3 Standard deelt scope 3 op in 15 categorieën. Acht liggen vóór jou in de keten (upstream), zeven erna (downstream). De voorbeelden zijn gebaseerd op de Praktische Gids deel 2 van SKAO .
| Nr. | Categorie | Richting | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| 1 | Aangekochte goederen en diensten | Upstream | Productie van staal, beton, onderaannemers |
| 2 | Kapitaalgoederen | Upstream | Productie van een nieuwe kraan of machine |
| 3 | Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten | Upstream | Winning en transport van brandstof (well-to-tank) |
| 4 | Upstream transport en distributie | Upstream | Leverancier bezorgt materialen |
| 5 | Afval uit eigen activiteiten | Upstream | Verwerking van bouw- en kantoorafval |
| 6 | Zakelijk reisverkeer | Upstream | Vliegreizen, trein, gedeclareerde kilometers met privéauto |
| 7 | Woon-werkverkeer | Upstream | Medewerkers die met eigen vervoer naar het werk komen |
| 8 | Upstream geleasete activa | Upstream | Geleasede middelen die nog niet in scope 1 of 2 zitten |
| 9 | Downstream transport en distributie | Downstream | Vervoer van je product naar de eindklant door derden |
| 10 | Verwerking van verkochte producten | Downstream | Klant bewerkt je halffabricaat verder |
| 11 | Gebruik van verkochte producten | Downstream | Energieverbruik van een gebouw of installatie die je oplevert |
| 12 | Einde levensduur van verkochte producten | Downstream | Sloop en afvalverwerking van wat je hebt gebouwd |
| 13 | Downstream geleasete activa | Downstream | Materieel dat jij verhuurt aan anderen |
| 14 | Franchises | Downstream | Energieverbruik van franchisenemers |
| 15 | Investeringen | Downstream | Uitstoot van bedrijven waarin je financieel investeert |
Voor de meeste bedrijven zijn maar een paar categorieën echt groot. Bij een bouwbedrijf zijn dat vaak categorie 1 (materialen) en 11 (gebruik van het gebouwde). Bij een ingenieursbureau weegt vooral de invloed van het ontwerp op de uitstoot in de uitvoering.
Welke scopes vraagt de CO2-Prestatieladder per niveau en trede?
De ladder kent twee handboeken die in de overgangsperiode naast elkaar bestaan. Het verschil in scopes per versie:
| Ladder | Scope 1 en 2 | Zakelijk reisverkeer | Overige scope 3 |
|---|---|---|---|
| Handboek 3.1, niveau 1 t/m 3 | Ja | Ja, hoort bij de footprint | Nee |
| Handboek 3.1, niveau 4 | Ja | Ja | Kwalitatief in kaart, plus ketenanalyse |
| Handboek 3.1, niveau 5 | Ja | Ja | Materiële scope 3 kwantitatief in kaart |
| Handboek 4.0, trede 1 | Ja, locatie- en marktgebaseerd | Niet meer verplicht | Nee |
| Handboek 4.0, trede 2 en 3 | Ja | Verplicht als scope 3-categorie 6 | Ja, minimaal twee derde gekwantificeerd, minstens één upstream en één downstream categorie |
Bron: Praktische Gids deel 1 voor handboek 3.1 en de wijzigingenlijst van SKAO voor 4.0. Bij 4.0 tellen niet-CO2-broeikasgassen, zoals methaan of koudemiddelen, ook mee als ze relevant zijn.
Voorbeeld: scopes van een fictief installatiebedrijf
Een installatiebedrijf met 40 medewerkers zet zijn uitstoot voor het eerst op een rij. De totalen zijn fictief en berekend met factoren van co2emissiefactoren.nl .
| Bron | Scope | Uitstoot (ton CO2e) | Aandeel |
|---|---|---|---|
| Diesel bedrijfsbusjes | 1 | 210 | 58% scope 1 en 2 |
| Aardgas kantoor en werkplaats | 1 | 35 | |
| Lekkage koudemiddel airco | 1 | 5 | |
| Elektriciteit (marktgebaseerd, deels groen) | 2 | 110 | |
| Totaal scope 1 en 2 | 360 | ||
| Ingekochte installatiematerialen | 3 (cat. 1) | ca. 1.900 | Schatting op basis van inkoopvolume |
| Energieverbruik opgeleverde installaties | 3 (cat. 11) | ca. 4.500 | Schatting op basis van levensduur |
Het patroon is typisch: scope 3 is vele malen groter dan scope 1 en 2. Daarom vraagt de ladder vanaf de hogere niveaus en treden aandacht voor de keten.
Veelgemaakte fouten bij scope 1, 2 en 3
- Dubbel tellen. Elektriciteit van je eigen zonnepanelen hoort niet in scope 2. Alleen ingekochte energie telt.
- Groene stroom zonder bewijs. Zonder garanties van oorsprong mag je in de marktgebaseerde methode niet met nul rekenen.
- Scope 3 vergeten bij leasemateriaal. Bepaal of je de controle hebt (scope 1) of niet (scope 3).
- Verouderde factoren. Gebruik de actuele lijst van co2emissiefactoren.nl en noteer welke versie je gebruikt.
Volgende stap
Bereken je eigen footprint met CO2-footprint berekenen en bekijk wat niveau 3 of niveau 5 van je vraagt. Werk je met ISO 14001? Dan zijn scope 1 en 2 vaak al zichtbaar in je milieuaspecten.