NEN 1010 en NEN 3140: wat is het verschil?
NEN 1010 is de norm voor het ontwerpen en aanleggen van een elektrische laagspanningsinstallatie. NEN 3140 is de norm voor het veilig beheren, gebruiken en inspecteren van die installatie zodra hij in gebruik is. Kort gezegd: NEN 1010 is de bouwtekening, NEN 3140 is het onderhoudsboekje.
De twee normen hebben elk een eigen wettelijke basis. NEN 1010 is aangewezen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de bouwregels onder de Omgevingswet. NEN 3140 is de gangbare invulling van de Arbo-regels voor werkgevers. De actuele versie van NEN 1010 is NEN 1010:2020+C1:2024 , van NEN 3140 is dat NEN 3140:2011+A3:2019.
Een nieuw pand met een goedgekeurde NEN 1010-oplevering heeft daarna nog steeds periodieke NEN 3140-inspecties nodig. De ene norm vervangt de andere niet.
NEN 1010 en NEN 3140 naast elkaar
Beide normen gaan over laagspanning: tot 1000 V wisselspanning en 1500 V gelijkspanning. Daar houdt de overeenkomst op.
| NEN 1010 | NEN 3140 | |
|---|---|---|
| Waarover? | Ontwerp en aanleg van de installatie | Bedrijfsvoering: gebruik, beheer, inspectie, werken aan |
| Fase | Nieuwbouw, verbouw, uitbreiding | De hele gebruiksperiode |
| Wie gebruikt hem? | Ontwerper en installateur | Werkgever, installatieverantwoordelijke, inspecteur |
| Wettelijke basis | Bbl art. 4.199 (nieuwbouw) en 3.106 (bestaande bouw) | Arbobesluit art. 3.4, 3.5 en 7.4a |
| Controle | Verificatie bij oplevering | Periodieke inspectie |
| Gaat ook over gereedschap? | Nee, alleen de vaste installatie | Ja, ook elektrische arbeidsmiddelen |
| Gaat over personen? | Nee | Ja: IV, WV, VP en VOP |
| Huidige versie | NEN 1010:2020+C1:2024 | NEN 3140:2011+A3:2019 |
Wat zegt de wet over NEN 1010?
Artikel 4.199 van het Bbl zegt dat een voorziening voor elektriciteit in een nieuw gebouw voldoet aan NEN 1010 bij lage spanning. Artikel 3.106 regelt hetzelfde voor bestaande gebouwen. De NEN-pagina over de correctie van 2024 meldt dat wie volgens NEN 1010:2020+C1:2024 werkt, voldoet aan de wettelijke eisen onder de Omgevingswet.
NEN 1010:2020+C1:2024 verscheen in 2024 en verving NEN 1010:2020. De correctie voegde de tekst en de verbeteringen samen in één document. De brandveiligheidseisen zijn in lijn gebracht met het Bbl, en voor functionele aardgeleiders is nu roze voorgeschreven in plaats van zwart-geel.
Wat zegt de wet over NEN 3140?
Het Arbobesluit noemt NEN 3140 niet bij naam. Het eist wel dat installaties veilig worden onderhouden, dat er actuele schema’s zijn en dat alleen deskundige, voldoende onderrichte en bevoegde werknemers eraan werken. NEN 3140 vertaalt die eisen naar rollen, inspecties en werkwijzen. Zie installatieverantwoordelijke en werkverantwoordelijke en VP en VOP aanwijzen.
Voorbeeld: één bedrijfshal, twee normen
Een fictief transportbedrijf laat een nieuwe hal bouwen. Zo komen beide normen langs:
| Moment | Wat gebeurt er? | Norm |
|---|---|---|
| Ontwerp | Installateur berekent groepen, kabeldiktes en beveiligingen | NEN 1010 |
| Aanleg | Installateur legt de installatie aan | NEN 1010 |
| Oplevering | Installateur verifieert de installatie en levert meetrapport en schema’s | NEN 1010 |
| Ingebruikname | Directeur wijst een installatieverantwoordelijke aan | NEN 3140 |
| Elke 4 jaar | Inspectiebedrijf voert een Scope 8-inspectie uit | NEN 3140 |
| Uitbreiding met laadpalen | Nieuw deel wordt ontworpen en aangelegd, schema’s bijgewerkt | NEN 1010 |
| Daarna | Laadpalen gaan mee in de periodieke inspectie | NEN 3140 |
Het opleveringsrapport van de installateur is het startpunt voor de eerste NEN 3140-inspectie. Bewaar het dus goed.
Moet een oude installatie aan de nieuwste NEN 1010 voldoen?
Niet automatisch. Een installatie wordt aangelegd volgens de NEN 1010 die op dat moment gold. Bij een NEN 3140-inspectie toetst de inspecteur de installatie aan die eisen. Sinds de wijziging van NEN 3140 in 2019 kijkt de inspectie daarnaast of de installatie nog past bij de huidige veiligheidsinzichten.
In de praktijk betekent dat: een verdeelkast uit 1995 hoeft niet te worden vervangen omdat er een nieuwe NEN 1010 is. Maar ontbreekt een aardlekschakelaar waar die nu wel nodig wordt gevonden, dan kan de inspecteur dat als bevinding noteren. Breid je uit of verbouw je, dan geldt voor het nieuwe deel de actuele NEN 1010.
Welke norm heb je nodig?
| Jij bent… | Je hebt nodig |
|---|---|
| Werkgever met een bedrijfspand | NEN 3140 voor beheer en inspectie; NEN 1010 alleen bij verbouw |
| Installateur | NEN 1010 voor je werk; NEN 3140 voor je eigen monteurs die aan installaties werken |
| Verhuurder van een bedrijfspand | NEN 1010 bij oplevering; afspraken met de huurder over wie IV is |
| Particulier | NEN 1010 bij aanleg; voor de woning bestaat ook NEN 8025 (woning-APK) |
Voor huurpanden is de vraag “wie is de installatieverantwoordelijke?” vaak onduidelijk. Leg dat vast in het huurcontract. Niemand aangewezen? Dan geldt volgens NEN 3140 de werkgever zelf als verantwoordelijke.
Veelgemaakte fouten met NEN 1010 en NEN 3140
- Denken dat een nieuwe installatie geen inspectie nodig heeft. De eerste periodieke inspectie plan je vanaf de oplevering.
- NEN 1010 als inspectienorm gebruiken. Voor periodieke inspectie van een bedrijfsinstallatie is NEN 3140 de norm.
- Uitbreidingen niet in de schema’s zetten. Een NEN 1010-aanleg zonder bijgewerkte schema’s levert bij de volgende NEN 3140-inspectie direct een bevinding op.
- De twee normen verwarren met Scope 10. De brandrisico-inspectie voor je verzekeraar is een derde inspectie. Zie SCIOS Scope 10.
NEN 1010 en NEN 3140 bij laadpalen en zonnepanelen
Laadpalen en zonnepanelen laten goed zien hoe de twee normen elkaar opvolgen. Voor laadpunten in een parkeergarage of stallingsruimte noemt artikel 4.199 lid 2 van het Bbl zelfs een specifieke eis: ze voldoen aan mode 3 of mode 4 zoals bedoeld in NEN 1010.
| Onderdeel | Aanleg | Beheer en inspectie |
|---|---|---|
| Laadpalen | NEN 1010, in een stallingsruimte mode 3 of 4 (Bbl art. 4.199 lid 2) | Mee in de NEN 3140-inspectie; monteurs met een VP- of VOP-aanwijzing |
| Zonnepanelen | NEN 1010 | Aparte inspectie: SCIOS Scope 12 |
| Batterij voor energieopslag | NEN 1010 | NEN 3140-beheer, en de module voor energieopslag binnen Scope 10 |
Een voorbeeld. Een garagebedrijf laat zes laadpalen plaatsen. De installateur levert ze op met een meetrapport volgens NEN 1010. Daarna zet de IV ze in het schema, neemt ze op in de inspectietermijn en geeft de monteur die de laadpalen reset een VOP-aanwijzing.
Veelgestelde vragen over NEN 1010 en NEN 3140
Welke versie van NEN 1010 geldt nu?
De actuele uitgave is NEN 1010:2020+C1:2024. Die verving in 2024 NEN 1010:2020. Welke versie het Bbl precies aanwijst, staat in de bijlage van de Omgevingsregeling. NEN meldde in 2024 dat daar nog NEN 1010:2015 stond en dat vervanging werd verwacht.
Welke versie van NEN 3140 geldt nu?
NEN 3140:2011+A3:2019. Een herziene versie is in 2026 als ontwerp ter commentaar gelegd, afgestemd op de vernieuwde Europese norm EN 50110-1. Tot die definitief is, blijft de versie uit 2019 gelden.
Moet een installateur ook NEN 3140 kennen?
Ja. Zijn monteurs werken aan installaties van klanten en vallen dus onder de regels voor veilig werken uit NEN 3140. Ze hebben een VP-aanwijzing van hun eigen werkgever nodig, en werken in overleg met de installatieverantwoordelijke van de klant.
Wat is NEN 3840?
NEN 3840 is de tegenhanger van NEN 3140 voor hoogspanning. Heeft je bedrijf een eigen middenspanningsruimte of transformator, dan gelden voor dat deel de regels van NEN 3840. NEN herziet beide normen tegelijk.
Meer lezen
- Wat is NEN 3140? - De norm voor bedrijfsvoering in het kort
- NEN 3140-inspectie - Hoe vaak en wat er wordt gecontroleerd
- NEN 3140-checklist voor werkgevers - Controleer of je het op orde hebt
- NEN - NEN 1010 laagspanningsinstallaties - Uitleg van NEN over NEN 1010