Normwijzer.nlHulp bij certificering in Nederland

Hulp nodig bij CO₂-Prestatieladder?

Wij helpen je verder. Vertel wat je nodig hebt en wij brengen je in contact met tot 3 specialisten in CO₂-Prestatieladder.

Waar kunnen we je mee helpen?
Skip to Content

CO2-Prestatieladder niveau 4: scope 3 en twee ketenanalyses

Niveau 4 is het moment waarop de ladder de grens van je eigen bedrijf overschrijdt. Je rapporteert niet alleen over scope 1 en 2, maar ook over de uitstoot in je keten: inkoop, transport, het gebruik van je producten. Het handboek 3.1 vraagt je om de meest materiële scope 3-emissies te rangschikken, twee ketens te analyseren en voor die ketens een reductiedoel te formuleren. De eisen staan in het handboek CO2-Prestatieladder 3.1 . Niveau 4 hoort bij de overzichtspagina over niveaus, en de scope 3-categorieën lees je op scope 1, 2 en 3 emissies.

Vanaf niveau 4 is de scope 3-rapportage verplicht. Op niveau 3 hoef je alleen scope 1, 2 en business travel te rapporteren.

Deze pagina beschrijft handboek 3.1. SKAO publiceerde handboek 4.0 op 14 januari 2025. Audits volgens 3.1 kunnen nog tot 14 januari 2027, daarna geldt alleen 4.0 met treden in plaats van niveaus. Zie de overgangsregeling .

Wat betekent niveau 4 in de praktijk?

Niveau 4 bouwt op de niveaus 1 tot en met 3. Je moet dus alle eisen van de lagere niveaus op orde hebben, plus de eisen die specifiek bij scope 3 horen. Het handboek vraagt dat je op alle onderliggende niveaus actief blijft met actuele prestaties.

Er zijn twee verschillen met niveau 3 die het meeste werk kosten:

  1. Je maakt een rangorde van de meest materiële scope 3-emissies en analyseert twee ketens.
  2. Je formuleert een reductiedoel voor scope 3, gebaseerd op die ketenanalyses, met een plan van aanpak.

Daarnaast komen er eisen over communicatie met overheid en maatschappelijke organisaties, en over het initiatief dat je neemt in de sector.

De eisen per invalshoek op niveau 4

EisWat je aantoontMaximale score
4.A.1Inzicht in de meest materiële scope 3-emissies, en twee ketenanalyses15 (10 of 5 bij mindere analyses)
4.A.2Een kwaliteitsmanagementplan voor de emissie-inventaris5
4.A.3Een van de scope 3-analyses is professioneel ondersteund of becommentarieerd door een onafhankelijk kennisinstituut5
4.B.1Een kwantitatief CO2-reductiedoel voor scope 3, op basis van twee analyses, met plan van aanpak15
4.B.2Halfjaarlijkse rapportage, intern en extern, over de voortgang10 (5 bij jaarlijks)
4.C.1Een reguliere dialoog (minstens twee keer per jaar) met minimaal twee belanghebbenden uit overheid of NGO’s20 (5 bij één belanghebbende)
4.C.2Punten van zorg van overheid of NGO’s zijn geïdentificeerd en aangepakt5
4.D.1Initiatiefnemer zijn van een ontwikkelingsproject dat de sector helpt in CO2-reductie20

De ladder rekent met de grootte van je organisatie, gebaseerd op je CO2-uitstoot. Een kleine organisatie maakt bij 4.A.1 maar één ketenanalyse, voor een van de twee meest materiële emissies. Kleine en middelgrote organisaties hoeven niet aan 4.C en 4.D te voldoen. Aan die eisen is dan fictief voldaan, wat 90 procent van de maximale score oplevert. Bij 4.B.2 volstaat voor een kleine organisatie jaarlijks rapporteren over scope 3.

Stap 1: de rangorde van scope 3-emissies

Het handboek vraagt om een kwalitatieve rangorde van de scope 3-emissiebronnen. Je gebruikt een verplichte tabel met de kolommen sector of activiteit, de activiteit waarbij CO2 vrijkomt, het relatieve belang van de CO2-belasting, de potentiële invloed van je organisatie en de rangorde. Voor de categorieën sluit je bij voorkeur aan op de 15 categorieën van het GHG Protocol  Scope 3 Standard. GHG staat voor greenhouse gas, broeikasgas. Business travel zit al in je inventaris voor niveau 3 en hoeft hier niet mee. Je geeft geen exact getal, maar een indicatie: groot, middelgroot, klein of te verwaarlozen. De rangorde bevat upstream (inkoop) en downstream (verkochte producten) emissies, tenzij je aantoont dat je aan een van beide kanten geen invloed hebt.

Een voorbeeld voor een fictieve bouwer van kantoorinrichting:

Sector of activiteitActiviteit waarbij CO2 vrijkomtBelang CO2-belastingPotentiële invloedRang
Kantoorinrichting, hout en staalProductie van ingekochte materialenGrootMiddelgroot1
Kantoorinrichting, transportTransport van materialen naar de bouwplaatsMiddelgrootGroot2
Kantoorinrichting, afvalVerwerking van bouwafvalKleinMiddelgroot3
Onderaanneming montageBrandstof van onderaannemersKleinKlein4

Als vuistregel verwacht de beoordelaar dat de bovenste bronnen samen 70 tot 80 procent van je totale scope 3-uitstoot dekken. Jij kwantificeert dat in de rangorde niet, de beoordelaar schat het zelf in.

De rangorde draait om emissies die groot zijn en die je kunt beïnvloeden. Een bron met grote maar onbeïnvloedbare uitstoot staat dus niet automatisch bovenaan.

Stap 2: twee ketenanalyses

Op basis van de rangorde kies je twee ketens die je diepgaand analyseert. Eén keten komt uit de twee meest materiële emissies, de andere uit de zes meest materiële. Je voert de analyses zelf uit of laat ze uitvoeren. Meeliften op een betaalde klantopdracht mag niet, en je kwantificeert de emissies. De ketenanalyse beschrijft hoe je zo’n analyse opzet: welke activiteiten in de keten, welke partijen, welke emissies per schakel, en welke maatregelen mogelijk zijn.

Voor de fictieve bouwer van kantoorinrichting zijn de twee ketens bijvoorbeeld “houtproductie en levering” en “transport naar de bouwplaats”. Per keten beschrijf je de schakels van de leverancier tot de bouwplaats, de uitstoot per schakel en de partijen die je kunt aanspreken om te verduurzamen.

Wat de auditor wil zien: een analyse die verder gaat dan een lijst. Hij wil zien welke schakel de meeste uitstoot veroorzaakt, welke partij je invloed op heeft, en welke maatregelen daaruit volgen.

Stap 3: het reductiedoel voor de keten

Eis 4.B.1 vraagt om een kwantitatief doel. Het doel is uitgedrukt in absolute getallen of percentages ten opzichte van een referentiejaar, binnen een vastgelegde termijn, met een plan van aanpak.

Het doel moet ambitieus zijn en vergelijkbaar met dat van sectorgenoten. Een voorbeeld dat past bij de fictieve bouwer: “Wij verminderen de scope 3-emissies van houtlevering met 10 procent ten opzichte van 2025, in 2029, door samen met onze twee grootste leveranciers de transportroute en het gebruik van gecertificeerd hout te herzien.” Let op: de percentages in dit voorbeeld zijn fictief. Een echt doel moet passen bij je eigen situatie en je sector, en het handboek vraagt om een onderbouwing.

Eis 4.B.2: rapporteren over voortgang

Op niveau 4 rapporteer je ten minste halfjaarlijks, intern en extern, over de voortgang van de doelstellingen. Dat klinkt zwaar, maar het hoeft niet uitgebreid te zijn. Een kort overzicht per halfjaar met de stand van de maatregelen, de gemeten uitstoot en de publicatie op je website voldoet.

Jaarlijks rapporteren levert 5 punten op, halfjaarlijks 10. Bij de eerste beoordeling op niveau 4 kan één voortgangsrapportage volstaan, als je de volgende aantoonbaar hebt geborgd en er minstens drie maanden zit tussen het vaststellen van de doelen en die eerste rapportage. Dan volgt een kleine aftrek van 2 punten.

Eis 4.C en 4.D: dialoog en initiatief

Op niveau 4 voer je een reguliere dialoog met overheid en maatschappelijke organisaties over je reductiedoel. Dit geldt voor grote organisaties. Je voert minstens twee keer per jaar een dialoog met een overheid en twee keer per jaar met een NGO (niet-gouvernementele organisatie) of onafhankelijk deskundige. Minstens één keer per jaar gebeurt dat op directieniveau. Het doel is toetsen of de directie het thema prioriteit geeft en suggesties voor verbetering ophalen.

Eis 4.D.1 vraagt om een initiatief. Je kunt aantonen dat je initiatiefnemer bent van een ontwikkelingsproject dat de sector helpt bij CO2-reductie. Dat kan via publicaties, mede-initiatiefnemers of door je naam aan het initiatief te verbinden. Dit geldt ook alleen voor grote organisaties. Het ontwikkelingsproject moet vernieuwend zijn en gericht op nieuwe maatregelen voor de ambitieuze categorie C van de maatregellijst. Je moet als initiatiefnemer aantoonbaar halfjaarlijks voortgang boeken. Eis 4.D.1 levert 20 punten op.

Veelgemaakte fouten op niveau 4

Een ketenanalyse die alleen beschrijft. Een tabel met leveranciers is geen analyse. De auditor wil zien welke keuzes je hebt gemaakt en waarom.

Een reductiedoel zonder basis. Het doel moet voortkomen uit de ketenanalyse, niet uit een gevoel. Verwijs in je onderbouwing naar de cijfers.

Een rangorde zonder methode. Je moet de methode uit het handboek volgen en de keuze per categorie toelichten.

Te late rapportage. Halfjaarlijks betekent echt twee keer per jaar. Wie dat niet vastlegt in de stuurcyclus, haalt de punten niet.

Wat wil de auditor zien bij niveau 4?

  • Een rangorde van scope 3-emissiebronnen met motivatie per bron.
  • Twee ketenanalyses die voldoen aan de eisen van 4.A.1.
  • Een kwaliteitsplan voor de emissie-inventaris en een onafhankelijke toets van een van de analyses.
  • Een kwantitatief reductiedoel met plan van aanpak en termijn.
  • Rapportages over de voortgang, halfjaarlijks, intern en extern.
  • Bewijs van de dialoog met overheid of maatschappelijke organisaties, en van het initiatief.

Niveau 4 of niveau 5?

Niveau 5 bouwt op niveau 4 en vraagt een strategie voor scope 3 en een hogere ambitie. Wil je weten wat die stap extra vraagt, lees dan de pagina over niveau 5. Voor de vergelijking met de nieuwe treden van handboek 4.0 kijk je op de niveaus en treden.

Volgende stap

Begin met de ketenanalyse en de scope 3-rapportage. Voor de aanpak van het hele traject gebruik je het stappenplan.

Bronnen