Metrologische traceerbaarheid bij ISO 17025
Metrologische traceerbaarheid is de eigenschap van een meetresultaat waarbij je het kunt koppelen aan een referentie, via een gedocumenteerde, ononderbroken keten van kalibraties. Elke schakel in die keten draagt bij aan de meetonzekerheid. Zo staat het in de VIM 3, definitie 2.41 . De VIM is de internationale woordenlijst voor metrologie, de leer van het meten. In ISO/IEC 17025 staat de eis bij onderdeel 6.5. De RvA baseert haar beleid daarover op ILAC P10, het beleid van het internationale accreditatieverband ILAC voor herleidbaarheid. Het begrip hangt samen met de meetonzekerheid en met de kalibratie van je meetmiddelen.
Traceerbaarheid betekent niet dat een meting goed is. Het betekent dat je kunt aantonen waar het getal vandaan komt, en hoe groot de onzekerheid op die weg is opgelopen.
Wat betekent dat in gewoon Nederlands?
Stel je een weegschaal in een bakkerij voor. Die wordt gekalibreerd met een gewicht dat bij een kalibratielaboratorium is gecontroleerd. Dat laboratorium heeft zijn referentie weer laten vergelijken met een nationale standaard (bij of via een nationaal metrologisch instituut). Dat zijn drie schakels: nationale standaard, laboratoriumreferentie, bakkerijweegschaal.
| Schakel | Wat gebeurt er | Wat je kunt aantonen |
|---|---|---|
| 1. Nationale standaard | Het referentiegewicht is herleid naar de SI-eenheid (het internationale eenhedenstelsel, hier de kilogram) | Het certificaat van het nationale instituut, in Nederland VSL |
| 2. Kalibratielaboratorium | Het gewicht van de bakkerij wordt vergeleken met de referentie | Een kalibratiecertificaat met onzekerheid |
| 3. Bakkerij | De weegschaal wordt gecontroleerd met het gekalibreerde gewicht | Een controleregistratie met datum en resultaat |
Breekt er één schakel, dan kun je het resultaat niet meer herleiden. Dat is het hele punt van de keten. De lijst blijft kort, maar elke schakel moet papier hebben.
Wat een auditor wil zien
Traceerbaarheid is een bewijsvraag. De auditor kiest een meetmiddel en vraagt de keten te laten zien. Hij let op vier dingen. Ze volgen de opmerkingen bij de VIM-definitie.
Een vastgestelde kalibratiehiërarchie
Je bepaalt vooraf welk meetmiddel bij welk referentiemiddel hoort. Die hiërarchie hoeft niet recht te zijn. Een netwerk van referenties mag, zolang het vastligt en je het kunt volgen. De VIM noemt de kalibratiehiërarchie een vereiste.
Gedocumenteerde referenties
Elke referentie moet omschreven zijn: wat het is, welk bereik, wanneer het voor het laatst is gekalibreerd, en bij welk laboratorium. Een kalibratiecertificaat zonder datum is onbruikbaar.
Kalibratie-intervallen met onderbouwing
Hoe vaak herhaal je een kalibratie? Het antwoord hoort in je procedure, gebaseerd op stabiliteit, gebruik en eerdere resultaten. “Elk jaar” zonder reden is geen onderbouwing.
Onzekerheid per schakel
De bijdrage van elke schakel aan de totale onzekerheid moet zichtbaar zijn. De VIM zegt dat de inspanning moet passen bij de bijdrage aan het resultaat. Bij meerdere invoergrootheden mag de keten ook vertakken. Een dure referentie voor een onbelangrijke meting is dus overbodig.
Fictief voorbeeld: een pH-meter in een zuivelbedrijf
Een zuivelbedrijf meet de pH van melk met een pH-meter. Het laboratorium dat de meting uitvoert, moet kunnen aantonen dat die meter herleidbaar is.
| Element | Bewijs (fictief) | Nagekeken door auditor op |
|---|---|---|
| Pufferoplossingen | Certificaten van de leverancier met nominale pH-waarde en onzekerheid | Vervaldatum en bewaaromstandigheden |
| Kalibratie van de pH-meter | Kalibratierapport met twee of drie punten, datum, uitvoerder | Of het bereik de meetpunten dekt |
| Kalibratie-interval | Procedure: wekelijks met pufferoplossing, jaarlijks extern | Of het interval past bij het gebruik |
| Afwijkingen | Logboek met pH-controles en eventuele correcties | Of afwijkingen zijn opgevolgd |
Let op: de pufferoplossing is zelf een referentie met een eigen onzekerheid. Die schakel vergeet men vaak, omdat hij “gewoon uit de doos komt”.
Een kalibratiecertificaat zonder onzekerheid is in de meeste gevallen niet bruikbaar als traceerbaarheidsbewijs. Vraag bij de aanschaf altijd om de onzekerheid, niet alleen om het conformiteitsstatement.
Welke bewijzen noemt ILAC P10?
De VIM verwijst in een opmerking naar ILAC P10 voor de elementen waarmee je herleidbaarheid bevestigt. Gebruik ze als controlelijst voor elke schakel:
| Element | Voorbeeld bij de bakkerijweegschaal (fictief) |
|---|---|
| Ononderbroken keten naar een (inter)nationale standaard | Gewicht, laboratoriumreferentie, nationale standaard |
| Gedocumenteerde onzekerheid | Onzekerheid op het certificaat van het gewicht |
| Gedocumenteerde procedure | Werkinstructie voor de wekelijkse controle |
| Aangetoonde competentie | Het kalibratielaboratorium is geaccrediteerd |
| Herleidbaarheid naar de SI | Certificaat noemt de SI-eenheid kilogram |
| Kalibratie-intervallen | Jaarlijks extern, wekelijks met het eigen gewicht |
Veelgemaakte fouten bij metrologische traceerbaarheid
- “Traceerbaar” gebruiken als synoniem voor “gecertificeerd”. Een certificaat zegt iets over een meetmiddel op een moment. Traceerbaarheid zegt iets over de keten daarachter.
- Keten niet doorgerekend. Het laboratorium kent de schakels, maar niemand heeft de onzekerheid per schakel opgeschreven.
- Software of referentiemateriaal vergeten. Ook een rekenmodel of een referentiemateriaal kan een schakel zijn. Die hoort in de keten te staan.
- Hiërarchie die niemand kent. Als de analist niet kan zeggen welke referentie hij gebruikt, zit er een gat in het systeem.
Hoe maak je de keten zichtbaar?
Een eenvoudige aanpak is een overzichtstabel per meetmiddel. Eén regel per meetmiddel is voldoende om de meeste vragen te beantwoorden.
- Meetmiddel en unieke identificatie
- Gekoppelde referentie en diens kalibratiedatum
- Laboratorium en certificaatnummer van de referentie
- Onzekerheid van de kalibratie
- Volgende kalibratiedatum en onderbouwing van het interval
Deze tabel hoort bij je meetmiddelenbeheer, niet bij een losse map met certificaten. Zo vind je binnen een minuut het antwoord op de vraag van de auditor. Voor het bijbehorende onzekerheidsbudget lees je de pagina over meetonzekerheid.
Veelgestelde vragen
Is elke meting van een ISO 17025-laboratorium traceerbaar? Dat hoort zo te zijn, waar het redelijkerwijs mogelijk is. Voor metingen zonder bruikbare referentie beschrijft het laboratorium een alternatief en de bijbehorende onderbouwing.
Wat is het verschil met traceerbaarheid van producten, zoals bij voedsel? Dat gaat over de herkomst van een product langs de keten. Metrologische traceerbaarheid gaat over de herleidbaarheid van een meetwaarde naar een referentie. Die begrippen worden in de praktijk vaak door elkaar gehaald, en dat levert verwarring op.
Moet ik zelf een nationale standaard hebben? Nee. Je laboratorium hoeft niet bij het nationale instituut (VSL) te kalibreren. Het moet wel aantonen dat zijn referentie via een kalibratiehiërarchie naar die standaard is te herleiden.
Wat doe je als een referentie niet meer te herleiden is? Dan is de keten onderbroken. Neem het meetmiddel dan buiten gebruik tot er een nieuwe, herleidbare referentie is. Beoordeel ook de resultaten sinds de laatste geldige kalibratie en leg dat vast als afwijking. Zie afwijkingen.