Normwijzer.nlHulp bij certificering in Nederland

Hulp nodig bij PSO-Prestatieladder?

Wij helpen je verder. Vertel wat je nodig hebt en wij brengen je in contact met tot 3 specialisten in PSO-Prestatieladder.

Waar kunnen we je mee helpen?
Skip to Content
PSO-PrestatieladderPeiljaar en peildatum

Peiljaar en peildatum bij de PSO-Prestatieladder

Het peiljaar zijn de twaalf maanden vóór de peildatum. In dat jaar meet de PSO hoeveel mensen uit de doelgroep voor je werkten en hoe groot je bedrijf was. De peildatum is het moment waarop die meting eindigt. Volgens paragraaf 1.5.2 van de PSO-handleiding 2.6 van TNO  mag de peildatum maximaal drie maanden vóór je definitieve aanvraag liggen. Je trede hangt dus af van één jaar aan gegevens, niet van je huidige situatie. Hoe de trede daaruit volgt, staat op PSO treden en berekening. Wie je in dat jaar meetelt als werkende, staat op bedrijfsomvang bij de PSO. De stappen om daarna aan te vragen staan op PSO-certificaat aanvragen en kosten.

Het is een veelgemaakte fout om het huidige aantal medewerkers in te vullen. Dat is niet wat de PSO meet. Elke cijfer in je rekentool hoort bij het peiljaar.

Op deze pagina

Wat is het verschil tussen peiljaar en peildatum

BegripWat het isVoorbeeld
PeildatumHet moment waarop de meting eindigt1 januari 2027
PeiljaarDe twaalf maanden vóór de peildatum, waarover je gegevens meet1 januari 2026 tot 1 januari 2027
AanvraagdatumDe dag dat je definitief indient in MijnPSOErgens in het voorjaar van 2027

De peildatum mag tot drie maanden vóór je aanvraagdatum liggen. Wie in maart indient, kan dus een peildatum van 1 december of later gebruiken. Daarmee houdt de PSO de meting actueel, zonder dat je je jaarcijfers elke maand hoeft bij te werken.

Het peiljaar is niet je boekjaar. Het is de periode van twaalf maanden die eindigt op de peildatum. Dat kan dus midden in een kalenderjaar vallen.

Een voorbeeld met de datums

Stel: een bedrijf wil in februari 2027 een aanvraag indienen. De peildatum is 1 januari 2027. Het peiljaar is dan 1 januari 2026 tot 1 januari 2027.

Het bedrijf heeft in dat jaar de volgende medewerkers gehad uit de doelgroep (fictief):

  • Een medewerker die van 1 maart 2026 tot 1 januari 2027 werkte: telt mee voor tien van de twaalf maanden.
  • Een medewerker die op 1 juli 2026 in dienst kwam en nog steeds werkt: telt voor de helft.
  • Een medewerker die in mei 2026 uit dienst ging: telt voor het deel tot die datum.

Welke weging een medewerker krijgt, hangt af van zijn uitgangspositie en het type contract. Dat staat op PSO treden en berekening. Hier gaat het om de periode waarover je telt.

Medewerkers die halverwege starten of stoppen

De handleiding gebruikt als uitgangspunt het aantal plaatsingen in het peiljaar. Iemand die halverwege het jaar begint, telt daarom voor de helft. Dat geldt ook voor iemand die halverwege stopt. Een medewerker die het hele peiljaar werkte, telt volledig.

Dit maakt de dossiers belangrijk. Bij de auditor moet je voor elke medewerker de datum in dienst en de datum uit dienst kunnen laten zien. Dat is één van de vier gegevens die volgens de handleiding in de steekproef moeten kloppen. Zie PSO-audit: hoe verloopt de audit?.

Wat je invult per periode

Niet alles in de rekentool gebruikt dezelfde periode. Een overzicht:

GegevenPeriodeOpmerking
Medewerkers uit de doelgroepPeiljaarGewogen naar tijd in het peiljaar
Bedrijfsomvang (aantal en fte)PeiljaarGemiddelde over de peilmomenten
Inkoop bij PSO-leveranciers (indirect)PeiljaarExclusief btw, facturen uit het peiljaar
Aantal fte voor de eis van twee ftePeiljaarDe drempel geldt voor het peiljaar
Aantal personen op aanvraagdatumAanvraagdatumEen momentopname op het moment van indienen
KvK-inschrijving van één jaarAanvraagdatumGeldt voor een trede, niet voor de Aspirant-status

Let op de laatste twee rijen. De KvK-eis en het aantal personen op de aanvraagdatum zijn momentopnames. De rest gaat over het peiljaar.

Veelgemaakte fouten

  • Het huidige personeelsbestand invullen. Dat is het aantal van vandaag, niet van het peiljaar. Die cijfers wijken vaak af.
  • Een verkeerde peildatum kiezen. Een peildatum die meer dan drie maanden vóór de aanvraag ligt, kan niet. Plan de indiening dicht bij de peildatum.
  • Het boekjaar gelijkstellen aan het peiljaar. Het peiljaar eindigt op de peildatum, die niet per se op 31 december valt.
  • Halverwege ingestroomde medewerkers vol meetellen. Ze tellen voor het deel van het jaar dat ze werkten.

Peilmomenten en verloop

Bedrijfsomvang is een gemiddelde over het peiljaar. Hoe vaak je de omvang meet, hangt af van hoe sterk je personeelsbestand schommelt. De handleiding geeft in paragraaf 3.5.3 drie vuistregels:

Variatie tussen laagste en hoogste aantal medewerkersAantal peilmomenten
Minder dan 10%Twee: begin en einde van het peiljaar
Tussen 10 en 30%, seizoensinvloeden of wisselende flexinzetMinimaal vier, bijvoorbeeld per kwartaal
Sterke schommelingen, zoals bij uitzendondernemingenMaandelijks ligt in de rede

Het aantal moet passen bij de variatie en controleerbaar zijn voor de auditor. Is het lastig om het gemiddelde over het hele jaar te berekenen, dan mag je maandgemiddelden optellen en middelen tot een jaargemiddelde. Zo voorkom je dat één drukke maand je gemiddelde vertekent.

Voor de auditor betekent dit dat hij wil zien hoe je de peilmomenten hebt gekozen. Een korte notitie met de reden is daarom nuttig. Denk aan: “Wij hebben in het peiljaar veel tijdelijke instroom gehad, daarom meten we per kwartaal.”

Checklist voor de peildatum

Gebruik deze lijst voordat je je peildatum vastlegt in de rekentool:

  • Is de peildatum niet meer dan drie maanden vóór de dag dat je definitief indient?
  • Komt het peiljaar overeen met de twaalf maanden vóór de peildatum?
  • Heb je voor elke doelgroepmedewerker de datum in dienst en, indien van toepassing, de datum uit dienst?
  • Heb je de fte van het peiljaar gemiddeld, en niet die van vandaag?
  • Heb je voor de indirecte bijdrage alleen facturen uit het peiljaar gebruikt?
  • Heb je per medewerker bewaard waarom die halverwege het jaar startte of stopte?

Als je één vraag met nee beantwoordt, is het zaak die eerst te herstellen. Een verkeerde peildatum is achteraf lastig te corrigeren.

Wat de auditor vraagt

De auditor controleert de aannames die je in de rekentool hebt gemaakt. Bij een steekproef van dossiers kijkt hij naar de datums in dienst en uit dienst. Die moeten overeenkomen met wat je hebt ingevuld. Ontbreekt een datum, dan kan de medewerker uit de telling vallen. Zorg daarom dat de datums in je personeelsadministratie kloppen voordat je de audit plant.

Lees ook