Lassercertificaat ISO 9606-1 bij EN 1090: kwalificatie van de lasser
Een lassercertificaat volgens ISO 9606-1 bewijst dat een lasser een bepaalde lasmethode, een materiaal en een lasstand beheerst. Voor staal is dit de norm die je bij EN 1090 en de ISO 3834-keten nodig hebt. Volgens Kiwa zijn gekwalificeerde lassers volgens ISO 9606 een voorwaarde voor EN 1090-certificering.
Het certificaat hoort bij de persoon, niet bij het bedrijf. Het bedrijf zorgt ervoor dat de lasser binnen zijn kwalificatie werkt en dat de geldigheid bijgehouden wordt. Dat laatste is in de praktijk de grootste zorg. Het FPC-systeem bevat daarom een registratie van alle lassers.
Kort antwoord: een lasser werkt alleen binnen de kwalificatie op zijn certificaat. Verloopt het certificaat, of valt een lasstand buiten het bereik, dan mag hij die las niet maken, ook niet als hij het vroeger wel deed.
Wat staat er op een lassercertificaat?
Een lassercertificaat is een document met een aantal vaste velden. De exacte opmaak verschilt per certificerende instelling, maar de inhoud is hetzelfde. Dit is een fictief voorbeeld van een regel uit een lassermatrix:
| Veld | Voorbeeld |
|---|---|
| Naam lasser | J. de Vries |
| Aanduiding | ISO 9606-1 135 P FW FM1 S t10 PB |
| Lasproces | 135 (MAG, massief draad) |
| Basismateriaal | Staal, groep 1.2 (fictief) |
| Dikte en diameter | Bereik zoals op het certificaat vermeld |
| Lasstand | PA, PB (ISO 6947) |
| Afgegeven door | Certificerende instelling, met nummer |
| Geldig tot | Datum, zoals op het certificaat |
De aanduiding op het certificaat zegt veel. Daarin staan het proces (135), het producttype (P is plaat), het type las (FW is hoeklas), de toevoegmateriaalgroep (FM1), de dikte (t10) en de lasstand (PB). De opbouw volgt de norm, de waarden in dit voorbeeld zijn fictief. Een lasser die gekwalificeerd is voor PA (vlak) hoeft daarmee niet automatisch voor boven-hoofd te lassen. Kijk dus altijd of de stand die je nodig hebt op het certificaat staat.
Waarom staal en aluminium een ander certificaat hebben
Voor staal gebruik je ISO 9606-1. Voor aluminium geldt ISO 9606-2, zie EN 1090-3 voor aluminium. Een lasser die staal goed beheerst, is daarmee niet gekwalificeerd voor aluminium. De ISO 3834-pagina geeft aan welke norm bij welk materiaal hoort. Werk je met beide materialen, dan heb je beide certificaten nodig.
Geldigheid en verlenging
Een lassercertificaat is niet eeuwig geldig. De norm regelt in clausule 9 hoe lang het geldig blijft, hoe de werkgever of lascoördinator periodiek bevestigt dat de lasser binnen zijn kwalificatie werkt, en hoe het certificaat verlengd wordt.
We noemen hier geen vaste termijnen, omdat bronnen ze verschillend uitleggen. Check de termijnen in de norm of bij je certificerende instelling, en zet elke vervaldatum en bevestigingsdatum in je matrix.
Het vaakst voorkomende probleem bij de audit is een verlopen lassercertificaat. Een lasser die na de vervaldatum nog werkt, maakt een afwijking die je niet met een excuus oplost.
Hoe bouw je een lassermatrix op?
Een lassermatrix is een overzicht van al je lassers, hun certificaten en de vervaldata. Hij hoort bij het FPC-systeem en bij de WPS’en. De matrix maakt in één oogopslag zichtbaar wie wat mag.
Verzamel alle certificaten
Vraag van elke lasser het originele certificaat op. Kopieën zonder datum zijn niet bruikbaar.
Noteer per lasser proces, materiaal en stand
Zet het lasproces, het materiaal en de lasstanden in aparte kolommen. Zo zie je meteen welke WPS een lasser mag uitvoeren.
Zet de vervaldatum in een agenda
Gebruik een herinnering ruim voor de vervaldatum. Plan de verlenging voordat de lasser weer moet lassen.
Koppel de lasser aan de werkorder
Noteer welke lasser een las heeft gemaakt. Zo kun je achteraf de kwalificatie bij die las aantonen, wat ook bij de traceerbaarheid hoort.
Wat controleert de auditor?
De notified body kijkt meestal naar een steekproef van lassers. Hij vraagt de lasser om het originele certificaat en kijkt of dat past bij het werk dat die lasser deed. Ook vraagt hij naar de bevestigingen en naar wie de matrix bijhoudt.
Een goed voorbereid bedrijf heeft drie dingen klaarliggen: de actuele matrix, de originele certificaten en het overzicht van de lassen die de lasser in de periode heeft gemaakt. Ontbreekt één van de drie, dan is de bevinding er vaak.
Veelgemaakte fouten
Certificaat op naam van een ander. Een lasser die van een andere werkgever komt, heeft een certificaat van die instelling. Dat moet je zelf laten controleren, niet op basis van een kopie.
Stand vergeten. Een lasser met een certificaat voor PA mag niet zomaar boven-hoofd lassen. Dit is een subtiele fout die vaak pas bij een steekproef opvalt.
Matrix niet bijgewerkt. Een matrix die al een half jaar niet is aangevuld, is erger dan geen matrix. Het laat zien dat je systeem niet werkt.
Lasser die wisselt van proces. Een lasser die van MAG naar TIG overgaat, heeft een nieuwe kwalificatie nodig voor TIG.
Veelgestelde vragen over lassercertificaten
Is het certificaat van de lasser of van het bedrijf?
Het certificaat hoort bij de persoon. Het bedrijf is verantwoordelijk dat de persoon binnen zijn kwalificatie werkt en dat de geldigheid bijgehouden wordt.
Mag een lasser werken met een verlopen certificaat?
Nee. Na de vervaldatum mag hij niet lassen tot de kwalificatie is hersteld of verlengd. Stop de werkzaamheden en regel de verlenging.
Welke lasser mag welke WPS gebruiken?
Een lasser moet gekwalificeerd zijn voor het proces en de stand van de WPS die hij gebruikt. De WPS en de lasserkwalificatie komen samen. Zie de pagina over de WPS voor het verband.
Wat is het verschil met een lasdiploma van een opleiding?
Een lasdiploma kan een nuttig bewijs zijn van opleiding. Voor EN 1090 telt het certificaat volgens de ISO-norm, afgegeven door een erkende instelling. Een diploma vervangt het niet.
Meer lezen
- WPS voorbeeld bij EN 1090 voor de procedure die de lasser volgt
- ISO 3834: kwaliteitseisen voor lassen met de koppeling naar lassers
- Executieklassen EXC1 t/m EXC4 voor het kennisniveau dat per klasse hoort
- Inspectie- en testplan voor EN 1090 voor de controle van de lassen