Materiaalcertificaat 3.1 bij EN 1090: controle bij binnenkomst
Een materiaalcertificaat 3.1 is het inspectiecertificaat dat de staalfabrikant bij een partij staal levert. Het bevat de chemische samenstelling en de mechanische eigenschappen van die partij, en het is gecontroleerd door een inspecteur die los staat van de productie. Bij EN 1090 is dit het bewijs dat je ingekocht staal voldoet aan de bestelling, en de FPC-procedure voor ingangscontrole werkt ermee.
Welke certificaten je nodig hebt, hangt af van de staalsoort en van de executieklasse van je project. De technische eisen zelf staan in EN 1090-2. Volgens Bouwen met Staal toetst een aangemelde instantie je FPC-systeem. De ingangscontrole van materiaal hoort daar bij.
Kort antwoord: een 3.1-certificaat is het inspectiebewijs van de fabrikant van het staal, gecontroleerd door een inspecteur die niet bij de productie hoort. Jij controleert of het certificaat bij de bestelling en bij de partij past.
Wat staat er op een 3.1-certificaat?
Een 3.1-certificaat is per partij, of per smelt, opgesteld. Het verwijst naar de bestelling en naar de norm waaraan het materiaal voldoet. Het is geen algemene productspecificatie.
Dit is een fictief voorbeeld van de regels die je controleert:
| Veld | Voorbeeld (fictief) | Controle |
|---|---|---|
| Certificaattype | 3.1 | Staat er type 3.1 op, volgens EN 10204? |
| Staalsoort | S355J2 | Komt overeen met de bestelling en de tekening |
| Smeltnummer of partijnummer | Smelt 4471-A | Staat op het materiaal zelf |
| Chemische samenstelling | Per element, in procenten | Binnen de grenzen van de norm |
| Mechanische eigenschappen | Vloeigrens, treksterkte, kerfslagwaarde | Passen bij de staalsoort |
| Bestelgegevens | Ordernummer en afnemer | Komt overeen met je inkooporder |
| Validatie | Naam en functie van de inspecteur | Onafhankelijk van de productie |
Het 3.1-certificaat moet bij het materiaal horen. Staal dat je niet aan een certificaat kunt koppelen, is in de auditpraktijk een zwak punt. Welke eis de norm precies stelt per klasse, controleer je in EN 1090-2.
Waarom het 3.1 en niet een gewoon leveringsbewijs?
Een pakbon of een factuur zegt dat je staal hebt gekregen. Een 3.1-certificaat zegt dat het staal is gecontroleerd en dat de waarden meetbaar zijn vastgelegd. Dat is het verschil. Voor constructief staal volstaat een leveringsbon in de regel niet als herleidbaar bewijs van de materiaaleigenschappen.
De norm voor deze certificaten is EN 10204. Die bepaalt welke typen inspectiedocumenten er zijn. Bij 3.1 is de validatie door een onafhankelijke inspecteur van de fabrikant het kenmerk. Bij andere typen, zoals 2.2, ontbreekt die onafhankelijke validatie.
Een certificaat met 3.1.B gebruikt de aanduiding van de EN 10204-uitgave van vóór 2004. Sindsdien heet dit type 3.1. Vraag bij een nieuwe bestelling om type 3.1 en laat bij twijfel de validatie door de fabrikant bevestigen.
Ingangscontrole in vijf stappen
De ingangscontrole is de procedure waarin je het 3.1-certificaat controleert voordat het materiaal de werkplaats in gaat. Hieronder staat de volgorde die we in het voorbeeld-procedureoverzicht van het FPC-systeem aanbevelen.
Vergelijk certificaat en bestelling
Staalsoort, afmetingen en hoeveelheid moeten overeenkomen. Ook de norm die op het certificaat staat, moet de norm zijn die in de bestelling staat.
Koppel het partijnummer aan het materiaal
Het smeltnummer of partijnummer moet op het materiaal zelf staan, bijvoorbeeld als stempel of label. Zonder die koppeling is het certificaat niet bruikbaar.
Controleer of de waarden binnen de norm vallen
Vergelijk de chemische samenstelling en de mechanische eigenschappen met de grenzen voor de staalsoort. Een waarde net buiten de grens betekent: afkeuren of extra onderzoek.
Teken het certificaat af
Zet een handtekening, datum en naam op het certificaat of in je registratie. Dit is het bewijs dat jij de controle hebt gedaan.
Archiveer het certificaat aan het project
Bewaar het certificaat bij het projectdossier. Bij de audit wil de auditor per project kunnen zien welk staal is gebruikt.
Wat wil de auditor zien?
De auditor kiest een project en vraagt de materiaalstroom te volgen: van het certificaat naar het materiaal, en van het materiaal naar het gelaste of gemonteerde onderdeel. Hij wil zien dat de ingangscontrole is uitgevoerd en dat de registratie klopt.
Hij let vooral op:
- Of het 3.1-certificaat aanwezig is voor de staalsoort in het project.
- Of het partijnummer aan het materiaal te koppelen is.
- Of de ingangscontrole is afgetekend en gedateerd.
- Of het materiaal niet is gebruikt zonder certificaat.
Veelgemaakte fouten
Certificaat zonder koppeling aan het materiaal. Een perfect certificaat in de la, zonder partijnummer op de plaat, is in de praktijk nutteloos.
Pakbon als certificaat. Een leveringsbon is geen 3.1-certificaat. Vraag het certificaat op voordat het materiaal wordt gebruikt.
Kopie in plaats van origineel. Bij een kopie moet je aantonen dat die klopt met het origineel. Vraag bij de leverancier om het originele document of een digitale versie met validatie.
Verschil in staalsoort. Een plaat S355 met een certificaat voor S235 is een afwijking, ook als de waarden toevallig passen. De staalsoort moet kloppen.
Veelgestelde vragen over het 3.1-certificaat
Heb ik een 3.1-certificaat nodig voor elk stuk staal?
Niet per stuk, maar per partij of smelt. Welke eisen gelden, hangt af van de staalsoort en de executieklasse. Controleer de eisen in EN 1090-2 en vraag je notified body als je het niet zeker weet.
Mag ik zelf een 3.1-certificaat maken?
Nee. Het certificaat komt van de fabrikant van het staal en wordt gevalideerd door de inspecteur van die fabrikant. Jij mag het controleren, niet opstellen.
Wat als de leverancier geen 3.1 kan leveren?
Dan kun je dat materiaal niet gebruiken voor de projecten die 3.1 eisen. Zoek een leverancier die het wel levert, of vraag de constructeur of een ander materiaal mogelijk is.
Hoe lang moet ik het certificaat bewaren?
Reken op minimaal tien jaar. Volgens artikel 11 van de Bouwproductenverordening bewaart de fabrikant de technische documentatie en de prestatieverklaring tien jaar na het in de handel brengen. Afspraken met je opdrachtgever kunnen een langere termijn vragen.
Meer lezen
- FPC-systeem voor EN 1090 met de ingangscontrole in het procedureoverzicht
- Traceerbaarheid en markering van onderdelen om het materiaal aan het onderdeel te koppelen
- Executieklassen EXC1 t/m EXC4 om te bepalen welke eisen gelden
- Inspectie- en testplan voor EN 1090 voor de controles na het lassen