CO2-Prestatieladder niveau 5
Niveau 5 is het hoogste niveau van handboek 3.1 van de CO2-Prestatieladder. Je laat zien dat je als koploper de uitstoot in je hele keten aanpakt: je kwantificeert je belangrijkste scope 3-emissies, kiest een strategie om die te verlagen, toont aan dat je doelen ook echt haalt en zet je samen met overheid of maatschappelijke organisaties in voor reductie in de sector. Hoeveel daarvan voor jou geldt, hangt af van je organisatiegrootte. Niveau 5 bouwt voort op de ketenanalyse van niveau 4 en op alles uit niveau 3. De eisen hieronder volgen de Praktische Gids deel 2 van SKAO .
Kort antwoord: niveau 5 vraagt bovenop niveau 4: scope 3 grof kwantificeren en de belangrijkste ketenpartijen benoemen, autonome reductieacties en (voor middelgroot en groot) strategieën, scope 3-doelen met jaarlijkse tussendoelen die je aantoonbaar haalt, halfjaarlijkse rapportage, en voor middelgrote en grote bedrijven commitments aan twee reductieprogramma’s. Grote bedrijven trekken daarnaast een sectorbreed reductieprogramma.
Op deze pagina
Wat niveau 5 bovenop niveau 4 vraagt.
Eisen per invalshoekWelke eisen voor jou gelden.
Klein, middel of grootEen scope 3-strategie met tussendoelen.
VoorbeeldHoe niveau 5 zich verhoudt tot trede 2 en 3.
Niveau 5 en handboek 4.0Eisen van CO2-Prestatieladder niveau 5 per invalshoek
Je moet op niveau 5 ook aan alle eisen van niveau 1 tot en met 4 voldoen. Nieuw op niveau 5 zijn deze eisen uit handboek 3.1:
| Invalshoek | Eis | Wat je doet |
|---|---|---|
| A Inzicht | 5.A.1 | Je kwantificeert de materiële scope 3-emissies uit je rangorde en benoemt de ketenpartners die ervoor verantwoordelijk zijn |
| A Inzicht | 5.A.2 | Je onderzoekt autonome reductieacties: wat je zelf kunt doen zonder medewerking van de keten, zoals je inkoopbeleid. Middelgrote en grote organisaties bundelen die tot strategieën |
| A Inzicht | 5.A.3 | Middelgroot en groot: je vraagt emissiedata op bij directe ketenpartners, bij voorkeur LCA’s |
| B Reductie | 5.B.1 | Je kiest een strategie of acties, met doelstelling, meerjarig plan en jaarlijkse tussendoelen |
| B Reductie | 5.B.2 | Je rapporteert halfjaarlijks intern en extern over voortgang in scope 1, 2 en 3 |
| B Reductie | 5.B.3 | Je toont aan dat eerder gestelde doelen daadwerkelijk worden gehaald |
| C Transparantie | 5.C.1, 5.C.2 | Middelgroot en groot: je committeert je publiek aan twee CO2-reductieprogramma’s van overheid of NGO’s |
| D Participatie | 5.D | Groot: je zet samen met een overheid of maatschappelijke organisatie een programma op om ambitieuze maatregelen sectorbreed toe te passen |
Het verschil met niveau 4 is de stap van kwalitatief naar kwantitatief en van plannen naar resultaat. Op niveau 4 schat je je scope 3 in en maak je ketenanalyses. Op niveau 5 reken je, bepaal je een strategie voor je hele keten en word je afgerekend op het halen van je doelen.
Eis 5.B.3 is de lastigste. Haal je een tussendoel niet, dan moet je analyseren waarom en welke extra maatregelen je neemt om terug op je reductiepad te komen. Een gemist doel zonder analyse is een probleem bij de audit.
Welke eisen gelden voor jouw organisatiegrootte?
Onder handboek 3.1 bepaalt je scope 1 en 2-uitstoot of je klein, middelgroot of groot bent. Kleine en middelgrote organisaties krijgen voor een deel van de eisen een vrijstelling in de vorm van een fictieve score.
| Organisatiegrootte (3.1) | Grens bouwplaatsen en productie | Grens kantoren (en diensten totaal) | Eisen niveau 5 |
|---|---|---|---|
| Klein | Tot 2.000 ton CO2 | Tot 500 ton CO2 | Deel van A (autonome acties in de keten van je ketenanalyse) en heel B |
| Middelgroot | Tot 10.000 ton CO2 | Tot 2.500 ton CO2 | A, B en C |
| Groot | Boven 10.000 ton CO2 | Boven 2.500 ton CO2 | A, B, C en D |
Bij werken en leveringen moet je onder beide grenzen blijven om in een categorie te vallen. Dienstverleners kijken alleen naar hun totale scope 1 en 2. Onder handboek 4.0 wordt grootte bepaald op basis van FTE, omzet en balanstotaal, net als bij de CSRD.
Voorbeeld: scope 3-strategie op niveau 5
Een fictief middelgroot bouwbedrijf heeft op niveau 4 ketenanalyses gemaakt over beton en over grondverzet door onderaannemers. Voor niveau 5 kwantificeert het de top van de rangorde.
| Scope 3-emissie | Kwantificering (ton CO2e per jaar) | Belangrijkste ketenpartner | Bron |
|---|---|---|---|
| Ingekocht beton en betonwaren | 9.500 | Betonleveranciers | LCA’s leveranciers, Nationale Milieudatabase |
| Grondverzet door onderaannemers | 3.200 | Grondverzetbedrijven | Brandstofopgave onderaannemers |
| Staal en wapening | 2.100 | Staalleverancier | Milieuproductverklaring |
| Transport materialen door derden | 900 | Transporteurs | Ritgegevens, schattingen |
Uit de mogelijke autonome acties bundelt het bedrijf drie strategieën: inkoopbeleid, ontwerpoptimalisatie en materieeleisen aan onderaannemers. Het kiest “inkoopbeleid” en onderbouwt die keuze met het grootste aandeel en de beste data.
| Jaar | Tussendoel scope 3 (per miljoen euro omzet) | Belangrijkste actie |
|---|---|---|
| 2026 | -5% ten opzichte van 2024 | Cementarm beton als standaard in offertes |
| 2027 | -10% | Leveranciersbeoordeling op CO2 per m³ |
| 2028 | -15% | Contractafspraken met top-3 leveranciers |
De getallen zijn fictief. Het bedrijf committeert zich daarnaast aan twee reductieprogramma’s in de bouwsector en rapporteert elk halfjaar op de website.
Wat wil de auditor zien bij niveau 5?
| Vraag van de auditor | Bewijs |
|---|---|
| Is scope 3 gekwantificeerd voor de materiële emissies? | Scope 3-tabel met bronnen en aannames |
| Zijn ketenpartners benoemd en is data opgevraagd? | Overzicht directe ketenpartners, ontvangen data |
| Is de strategie onderbouwd? | Afweging tussen strategieën met voors en tegens |
| Worden doelen gehaald? | Voortgang per scope tegen tussendoelen, analyse bij afwijking |
| Zijn de commitments publiek? | Website, deelnamebewijzen |
| Groot: is er een sectorbreed programma? | Plan van aanpak, rol als verbinder, resultaten |
Is niveau 5 in 2026 nog zinvol?
Handboek 3.1 wordt uitgefaseerd. Nieuwe 3.1-audits kunnen volgens de overgangsregeling tot 14 januari 2027. Bestaande certificaten blijven nog tot uiterlijk januari 2028 geldig. In aanbestedingen geldt trede 2 of 3 van handboek 4.0 als gelijkwaardig aan niveau 5.
| Situatie | Advies |
|---|---|
| Je hebt een geldig niveau 5-certificaat | Benut het in lopende aanbestedingen en plan de overstap naar trede 2 of 3 |
| Je zit op niveau 4 en wilt naar 5 | Alleen zinvol als je audit vóór 14 januari 2027 kan. Anders direct naar trede 2 |
| Je begint vanaf nul | Kies trede 2 of 3 van handboek 4.0 |
Bij de overstap neem je veel mee. Je scope 3-kwantificering en ketendata blijven bruikbaar. Nieuw in 4.0 zijn onder meer een klimaattransitieplan, een waardeketenanalyse die je belangrijkste activiteiten dekt en een kwantificering van minimaal twee derde van scope 3. De resultaatsverplichting van niveau 5 geldt in 4.0 voor alle treden, maar je mag kiezen tussen het halen van doelen of het aantoonbaar uitvoeren van maatregelen. Dat staat in de wijzigingenlijst van SKAO .
Veelgemaakte fouten bij niveau 5
- Scope 3 te breed willen kwantificeren. Je hoeft niet alles te berekenen. Begin bovenaan je rangorde en stop waar de emissies niet meer in verhouding staan tot de top.
- Strategie zonder keuze. Middelgrote en grote organisaties moeten meerdere strategieën afwegen en er één kiezen, met onderbouwing.
- Commitment alleen op papier. De auditor wil zien hoe je eigen doelen en acties bijdragen aan de doelen van het reductieprogramma.
Volgende stap
Check met scope 1, 2 en 3 welke categorieën in jouw keten het zwaarst wegen, en bekijk wat een hoger niveau oplevert bij aanbestedingsvoordeel. Gebruik de checklist voor de audit om je bewijs per invalshoek te ordenen.