Normwijzer.nlHulp bij certificering in Nederland

Hulp nodig bij ISO/IEC 17025 (accreditatie)?

Wij helpen je verder. Vertel wat je nodig hebt en wij brengen je in contact met tot 3 specialisten in ISO/IEC 17025 (accreditatie).

Waar kunnen we je mee helpen?
Skip to Content
ISO 17025Ringonderzoek

Ringonderzoek bij ISO 17025: wanneer is deelname verplicht?

Ringonderzoek is een onderzoek waarbij meerdere laboratoria dezelfde monsters of meetobjecten krijgen en hun resultaten met elkaar vergelijken. De vakterm is PT (proficiency testing). De RvA  schrijft dat geaccrediteerde laboratoria verplicht zijn aan PT-onderzoeken deel te nemen. Voor kalibratielaboratoria geldt dat ook, zoals de RvA op de kalibratiepagina  aangeeft. De eis staat in onderdeel 7.7 van ISO/IEC 17025, over het waarborgen van de geldigheid van resultaten. Lees ook de scope van je accreditatie en de checklist voor je interne controles.

De RvA is hier streng over. Volgens haar toelichting (INF002, onderdeel 7.7.2) moet je voor elke activiteit of kalibratie deelnemen aan een PT of aan een ILC (interlaboratorium vergelijkend onderzoek, een vergelijking die laboratoria onderling organiseren). Wie accreditatie aanvraagt of uitbreidt, moet al hebben deelgenomen. De resultaten moeten dan geëvalueerd zijn en aan de eisen voldoen.

Het doel is simpel. Als je laboratorium een resultaat geeft, wil de klant weten of dat resultaat klopt. Een ringonderzoek laat zien of jouw uitkomst binnen de verwachte spreiding van andere laboratoria valt. De RvA publiceert een overzicht van organisatoren van PT-onderzoeken .

Wat is het verschil met interne kwaliteitscontrole?

Interne kwaliteitscontrole kijkt naar je eigen werk, dagelijks. Ringonderzoek kijkt naar je werk ten opzichte van anderen, periodiek. Beide zijn nodig, maar ze beantwoorden verschillende vragen.

VraagInterne controleRingonderzoek
Wie bepaalt de referentiewaarde?Je eigen laboratorium, met een controlemonster of standaardEen organisator, op basis van de gezamenlijke resultaten of een vastgestelde waarde
Hoe vaak?Bij elke serie of volgens je procedurePeriodiek, volgens een schema dat je vooraf kiest
Wat laat het zien?Of je werk vandaag stabiel isOf je werk vergelijkbaar is met dat van andere laboratoria
Wat doe je bij een afwijking?Direct corrigeren, eventueel werk opnieuw doenOnderzoek naar de oorzaak, verbetering, soms herhaling
Welk materiaal?Referentie- of kwaliteitscontrolemateriaal is verplicht, het hoeft niet gecertificeerd te zijnMonsters van de organisator

Wat de auditor wil zien

De auditor verwacht geen perfecte score. Hij wil zien dat je deelneemt, dat je de resultaten leest, en dat je iets doet met een afwijkende uitkomst.

Deelnemen aan één ringonderzoek en daarna niets meer doen, is niet genoeg. De auditor zoekt naar een doorlopend patroon: deelname, analyse, en opvolging.

Bewijs dat een auditor meestal vraagt:

  • Een lijst van de ringonderzoeken waaraan je deelnam, met datum en onderwerp.
  • Het rapport van de organisator, met jouw resultaat en de referentiewaarde.
  • Je analyse van het resultaat: binnen of buiten de toegestane spreiding, en waarom.
  • Bij een afwijking: de oorzaakanalyse en de maatregel die je hebt genomen.
  • Waar mogelijk een blik op trends in de tijd. De RvA vraagt dat bij de evaluatie van PT- en ILC-resultaten (INF002, 7.7.3).

Fictief voorbeeld: een waterlab in de tweede ronde

Een fictief laboratorium voor drinkwateranalyse neemt jaarlijks deel aan een ringonderzoek naar nitraat. In het eerste jaar valt het resultaat net buiten de spreiding. Het laboratorium doet het volgende.

StapWat het laboratorium doet (fictief)Bewijs
1. SignalerenAfwijking is in het ringonderzoekrapport zichtbaarRapport met z-score
2. OnderzoekVergelijking van het kalibratie- en verwerkingsprocesOnderzoeksnotitie
3. OorzaakVerouderde ijkreeks in de spectrofotometerAnalyse met datum
4. MaatregelNieuwe ijkreeks, extra controle bij elke serieAangepaste procedure en logboek
5. OpvolgingHet volgende ringonderzoek binnen de spreidingRapport van het volgende jaar

Het resultaat is niet de maatregel op zich. De auditor leest de keten van signaal tot verbetering.

Hoe lees je een ringonderzoekrapport?

Een rapport van een ringonderzoek is vaak lang en vol getallen. Je hoeft niet alles te begrijpen om het goed te gebruiken. Richt je op vier onderdelen.

BegripWat het betekentWaar je op let
ReferentiewaardeDe waarde waartegen de resultaten worden vergeleken, vastgesteld door de organisatorHoe is die waarde bepaald, en is die betrouwbaar?
Jouw resultaatWat jouw laboratorium heeft gerapporteerdKomt het getal overeen met wat je in je rapport hebt gezet?
SpreidingHoe ver de resultaten van alle deelnemers uit elkaar liggenHoe breed is de toegestane band?
AfwijkingsscoreEen maat voor hoe ver jouw resultaat van de referentie ligt. Veel organisatoren gebruiken een z-scoreLigt de score binnen de vooraf gestelde grens?

Een score buiten de grens is geen einde. Het is het startpunt van je onderzoek. Zie de stappen onder afwijkingen.

Ben je een kalibratielaboratorium, dan telt de meetonzekerheid van de individuele laboratoria mee in de evaluatie. Zo staat het in INF002 bij onderdeel 7.7.3. Een resultaat met een kleine onzekerheid vraagt dus een strengere blik dan een resultaat met een grote.

Let op de eenheid en het bereik. Een resultaat dat goed lijkt, kan over een ander concentratiebereik gaan dan je geaccrediteerde methode. Vergelijk altijd eerst de scope van het onderzoek met je eigen scope.

Hoe plan je ringonderzoek bij ISO 17025?

Niet elk ringonderzoek past bij jouw scope. Je kiest onderzoeken die aansluiten bij je geaccrediteerde methoden en bereiken. Een onderzoek naar een andere matrix of een ander concentratiebereik zegt weinig over je eigen werk.

  1. Maak een lijst van je geaccrediteerde methoden en bereiken.
  2. Zoek organisatoren die onderzoek doen naar die methoden, bijvoorbeeld via de lijst van de RvA.
  3. Leg per activiteit vast aan welk onderzoek je deelneemt en wanneer. Dat is je PT-plan. De RvA vraagt dat plan bij de aanvraag (ASR008 beschrijft de onderdelen).
  4. Noteer waarom het onderzoek bij je scope past.

Heb je meerdere laboratoria binnen één organisatie die dezelfde testen doen, dan moet elk laboratorium periodiek deelnemen. Hetzelfde geldt voor werk op klantlocaties of in een mobiel laboratorium. Voor kalibratielaboratoria gebruikt de RvA de HCS-codes uit de scope als basis voor de deelname (ASR106, onderdeel 4.1).

Een fictief voorbeeld: een laboratorium met één locatie en een mobiele meetwagen kalibreert massa en druk. Het plant voor beide werkterreinen een onderzoek en neemt ook voor de meetwagen apart deel. Zo dekt het plan zowel het vaste laboratorium als de locatie bij de klant.

Veelgemaakte fouten

  • Alleen deelnemen als het uitkomt. Laboratoria die alleen meedoen aan onderzoeken waar ze goed in zijn, vallen op bij de planning.
  • Score negeren. Een rapport met een afwijkende score wordt in het managementreview niet besproken. Dat valt op.
  • Geen link met de scope. Deelnemen aan een onderzoek naar een methode die je niet geaccrediteerd hebt, levert weinig bewijs op voor je erkenning.
  • Geen deelname vóór de aanvraag. De RvA verwacht dat je al hebt deelgenomen en de resultaten hebt beoordeeld als je aanvraagt.
  • Kosten als enige criterium. Goedkope onderzoeken zijn niet automatisch geschikt. Let op de kwaliteit van de organisator en de relevantie voor je methode.

Veelgestelde vragen

Moet ik elk jaar deelnemen? De RvA spreekt van periodieke deelname. Leg de frequentie en de onderbouwing vast in je PT-plan en vraag je beoordelaar bij twijfel om zijn lezing.

Wat als er geen ringonderzoek beschikbaar is voor mijn methode? De norm accepteert ook een ILC met andere laboratoria. Organiseer die zelf en leg de keuze vast. Referentiemateriaal hoort bij je interne kwaliteitscontrole en vervangt de vergelijking met andere laboratoria niet.

Telt een ringonderzoek als bewijs voor mijn accreditatie? Het is een onderdeel van het bewijs. Het vervangt niet de validatie van je methode en de interne controle.

Bronnen