Normwijzer.nlHulp bij certificering in Nederland

Hulp nodig bij PSO-Prestatieladder?

Wij helpen je verder. Vertel wat je nodig hebt en wij brengen je in contact met tot 3 specialisten in PSO-Prestatieladder.

Waar kunnen we je mee helpen?
Skip to Content
PSO-PrestatieladderBedrijfsomvang

Bedrijfsomvang bij de PSO-Prestatieladder: wie telt mee?

De bedrijfsomvang is het gemiddeld aantal personen en het gemiddeld aantal fte dat je organisatie in het peiljaar had. Dat getal is de noemer van je directe sociale bijdrage. Hoe groter je bedrijf, hoe meer doelgroepmedewerkers je nodig hebt voor dezelfde trede. De handleiding beschrijft de regels in paragraaf 3.1.2 (vaststellen) en 3.5.3 (toetsing) van de PSO-handleiding 2.6 van TNO . Hoe de bedrijfsomvang in de trede-berekening past, staat op PSO treden en berekening. Welk jaar je telt, staat op peiljaar en peildatum.

Het klinkt als een simpele telling, maar de regels bepalen veel. Een zzp’er die je inhuurt telt niet mee, een uitzendkracht wel. Dat verschil kan de verhouding flink veranderen.

Op deze pagina

De drie groepen die meetellen

De handleiding deelt de werkenden in drie groepen. Elke groep heeft een eigen regel.

GroepWieTelt mee in de omvang
1Alle werknemers met een regulier dienstverband, inclusief doelgroepmedewerkersJa
2Alle overige werkenden op basis van een uitzend-, detacherings- of payrollovereenkomst, inclusief doelgroepmedewerkersJa
3Alleen stagiairs, werkervaringsplekken en proefplaatsingen die vallen onder de doelgroepJa, alleen de doelgroep

Groep 3 is de uitzondering. Een stagiair zonder doelgroepstatus telt niet mee. Een stagiair die wel onder de doelgroep valt, telt mee, omdat hij of zij ook bij de directe bijdrage hoort.

Voor de fte geldt dezelfde indeling. Het gaat om het gemiddeld aantal fte over het peiljaar, niet om het aantal personen op één dag. Hoe je de gemiddelden berekent, staat in bijlage 1B van de handleiding.

Wat niet meetelt

Een paar categorieën vallen buiten de telling. De belangrijkste:

  • Directe inhuur van zzp’ers. Zelfstandigen zonder personeel worden buiten beschouwing gelaten. Je betaalt ze wel, maar ze verhogen je omvang niet.
  • Werkenden die alleen indirect worden ingekocht. Inkoop bij een PSO-leverancier telt als indirecte bijdrage, niet als eigen medewerker.

Het verschil tussen direct inhuren van een zzp’er en inhuren via een uitzendbureau is groot. Het uitzendbureau-personeel telt mee in de omvang. De zzp’er niet. Controleer per inhuurrelatie hoe je het hebt geregeld.

Concernonderdelen en onderliggende entiteiten

Als je een hoofdaanvrager bent met onderliggende entiteiten, gaan die samen in één bedrijfsomvang. De handleiding zegt dat de hoofdaanvrager altijd in zijn geheel meetelt, inclusief eventuele onderliggende entiteiten. Medewerkers die binnen een concern ter beschikking worden gesteld en duurzaam onder leiding van de aanvragende organisatie werken, worden meegeteld als werkzaam op basis van een regulier contract, mits de medewerker binnen het concern in dienst is op een regulier contract.

Wat dat betekent voor de rekentool, staat op onderliggende entiteiten bij de PSO.

De regel voor ter beschikking gestelde medewerkers heeft vijf voorwaarden. De medewerker is binnen het concern in dienst op een regulier contract. Er is een schriftelijke inleenovereenkomst. Daaruit blijkt hoe leiding en toezicht zijn geregeld. De kosten worden aantoonbaar doorbelast via facturen. En de opgevoerde uren zijn gebaseerd op echt gewerkte en gefactureerde uren. Valt een onderliggende entiteit maar een deel van het peiljaar onder de hoofdaanvrager, dan telt ze ook maar voor dat deel mee.

Hoe de auditor de omvang controleert

De auditor toetst de bedrijfsomvang op basis van de personeelsadministratie, de loonadministratie of het jaarverslag. Bij detachering moet je de inhuur aantonen via de financiële administratie, bijvoorbeeld een grootboekrekening voor inhuur. Zo controleert de auditor hoeveel uitzendorganisaties je gebruikt en of er facturen zijn voor mensen die niet in de personeelsadministratie staan.

Werk je niet met uitzendbureaus, dan toont de auditor het aan via de crediteurenlijst. Zorg dat die lijst klopt, want die is vaak het eerste wat de auditor opvraagt.

De handleiding laat het aantal peilmomenten afhangen van het verloop in je personeelsbestand. Bij minder dan 10% variatie tussen het laagste en hoogste aantal medewerkers volstaan twee peilmomenten, aan het begin en einde van het peiljaar. Bij 10 tot 30% variatie, seizoenswerk of wisselende flexinzet zijn minimaal vier peilmomenten nodig, bijvoorbeeld per kwartaal. Bij sterke schommelingen, zoals in een uitzendbureau, ligt een maandelijks peilmoment in de rede. Je moet de keuze kunnen onderbouwen en de auditor moet de berekening kunnen nalopen. Zie ook peiljaar en peildatum.

Veelgemaakte fouten

  • Zzp’ers meetellen. Dat maakt je omvang te groot, en de auditor corrigeert het.
  • Uitzendkrachten vergeten. Groep 2 telt mee. Wie alleen de eigen loonlijst gebruikt, komt te laag uit.
  • Stagiairs zonder doelgroepstatus meetellen. Alleen doelgroepstagiairs tellen mee.
  • Het huidige personeelsbestand gebruiken. De omvang gaat over het peiljaar, niet over vandaag.

Rekenvoorbeeld met drie soorten werkenden

Stel een bedrijf in het peiljaar, met fictieve aantallen. Het laat zien welke groepen meetellen en welke niet.

Soort werkendeAantal (fictief)Telt mee?Toelichting
Vaste en tijdelijke werknemers10JaGroep 1, regulier dienstverband
Uitzendkrachten3JaGroep 2, uitzendovereenkomst
Zzp’er, direct ingehuurd2NeeBuiten beschouwing gelaten
Stagiair zonder doelgroepstatus1NeeGroep 3 telt alleen de doelgroep
Stagiair uit de doelgroep1JaGroep 3, binnen de doelgroep

In dit voorbeeld komt de bedrijfsomvang op 14 personen uit, niet op 17. De zzp’ers en de niet-doelgroepstagiair vallen buiten de telling. Wie zijn omvang met de hand uitrekent, komt daardoor vaak te hoog of te laag uit. Gebruik de rekentool en controleer de uitkomst met de personeelsadministratie.

Let op: de fte telt op dezelfde manier, maar gewogen naar de tijd die mensen in het peiljaar werkten. Iemand die een half jaar werkte, telt voor de helft. De handleiding gebruikt als referentie een werkweek van 40 uur, tenzij je cao een andere urennorm voor een fte kent. Gebruik dezelfde norm in de omvang en in de dossiers.

Het voorbeeld uit de handleiding: 80 fte werknemers, 14 fte uitzendkrachten en 6 fte doelgroepstages geven een omvang van 100 fte. Zijn 8 fte daarvan doelgroep, dan is de ongewogen sociale bijdrage 8%.

Checklist voor je omvang

  • Heb je alle werknemers met een regulier dienstverband uit de personeelsadministratie gehaald?
  • Heb je de uitzend- en detacheringsmedewerkers uit de facturen en de financiële administratie gehaald?
  • Heb je de zzp’ers die direct zijn ingehuurd uitgesloten?
  • Heb je alleen de stagiairs en proefplaatsingen meegeteld die onder de doelgroep vallen?
  • Heb je het gemiddelde over het peiljaar genomen, en niet een momentopname?
  • Komt het totaal overeen met de crediteurenlijst en de loonadministratie?

Lees ook