PSO aspirant-status: plan van aanpak schrijven
De Aspirant-status is de eerste erkenning van de PSO-Prestatieladder. Je krijgt hem als je nog niet aan de norm voor de Basistrede voldoet, maar wel binnen twee jaar wilt halen. Daarvoor schrijf je een plan van aanpak met concrete doelen en acties, dat op directieniveau is vastgesteld en waarmee je al bent begonnen. De eisen daarvoor staan in hoofdstuk 4 van de PSO-handleiding 2.6 van TNO , als prestatie-eis 0.1 en 0.2. Wat de Aspirant-status precies is, staat op PSO treden en berekening. Het plan van aanpak is ook het eerste wat PSO-Nederland controleert voordat de audit begint.
De kwalitatieve eisen voor een trede (1.1 tot en met 5.1) staan op PSO-eisen per trede. Het plan is geen formulier dat je invult om het af te hebben. Het is het document waarmee je je organisatie vastlegt op socialer ondernemen. Wie het serieus neemt, heeft na twee jaar een kans op de Basistrede.
Op deze pagina
- Wat je plan moet bevatten (eis 0.1)
- Het uitvoeren aantonen (eis 0.2)
- Template voor het plan
- Voorbeeld van een ingevulde actie
- De volledigheidscontrole vooraf
- Een tweede aanvraag: reflectie verplicht
- Wat de auditor met het plan doet
- Veelgemaakte fouten in het plan
- Checklist voor indiening
Wat je plan moet bevatten (eis 0.1)
Eis 0.1 vraagt om concrete doelen en acties om binnen twee jaar minimaal de Basistrede te halen. De handleiding stelt vier voorwaarden aan het plan:
- Inzicht en SMART-doelen. Je weet waar je nu staat, en hebt op basis daarvan SMART-doelen geformuleerd voor de directe en eventuele indirecte bijdrage. SMART betekent specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden. De doelen moeten minimaal naar de Basistrede leiden.
- Acties op vier gebieden. Het plan bevat acties voor: draagvlak in de organisatie, werving en selectie van doelgroepmedewerkers, het inzichtelijk maken van functies die geschikt zijn, en kennis bij één of meer functionarissen over de doelgroep en subsidies.
- Verantwoordelijken. Elke actie heeft een verantwoordelijke functionaris. Er is een eindverantwoordelijke aangewezen. De SMART-doelen zijn geaccordeerd op bestuurs- of directieniveau.
- Reflectie bij een tweede aanvraag. Als je voor de tweede keer aanvraagt, moet het plan terugkijken op het vorige plan. Zie het kopje hieronder.
De handleiding noemt de vier acties als eisen aan het plan, niet als suggestie. Een plan dat maar op één gebied actie beschrijft, voldoet daarom niet.
Het uitvoeren aantonen (eis 0.2)
Eis 0.2 gaat over uitvoering. Je moet kunnen aantonen dat je de acties uit het plan ook daadwerkelijk uitvoert, om binnen twee jaar de Basistrede te halen. Dat betekent dat het plan een levend document is. Een actie die op papier staat, maar waar niemand iets mee doet, haalt de eis niet.
Praktisch betekent dit dat je voor elke actie een bewijs bijhoudt: een besluit, een verslag van een overleg, een bestelling, een uitgevoerde training, of een gesprek met een externe expert. Een plan met een datum en een status per actie werkt goed voor de audit.
Template voor het plan van aanpak
Dit is een invulbare opzet. Het is geen officieel format van PSO-Nederland, maar het bevat alle elementen die de handleiding noemt.
| Onderdeel | Wat je invult | Voorbeeld |
|---|---|---|
| 1. Huidige situatie | Je trede-berekening en de kwantitatieve bijdrage nu | Directe bijdrage nu 1,0%, norm Basistrede voor 30 medewerkers 2,66% |
| 2. Doel voor twee jaar | SMART-doel, minimaal de Basistrede | Binnen 24 maanden twee medewerkers uit de doelgroep in dienst |
| 3. Draagvlak | Actie, verantwoordelijke, deadline | Intern bespreken in het managementteam, Jan, voor 1 maart |
| 4. Werving en selectie | Actie, verantwoordelijke, deadline | Vacatures ook plaatsen bij een re-integratiebedrijf, HR, voor 1 juni |
| 5. Functies inzichtelijk maken | Actie, verantwoordelijke, deadline | Lijst met functies die geschikt zijn met aanpassingen, teamleiders, voor 1 september |
| 6. Kennis functionaris | Actie, verantwoordelijke, deadline | Eén functionaris volgt training over subsidies en werkaanpassing, HR-manager, voor 1 april |
| 7. Eindverantwoordelijke | Naam en functie | Directeur, eindverantwoordelijk |
| 8. Accordering | Datum en handtekening van bestuur of directie | Vastgesteld door de directie op 15 januari |
| 9. Voortgang | Per actie: status en bewijs | Actie 3 afgerond, verslag MT opgeslagen |
De namen, data en percentages in dit voorbeeld zijn fictief. Vul je eigen cijfers in.
Voorbeeld van een ingevulde actie
Een actie zonder verantwoordelijke en deadline is een wens. Zo ziet een goed ingevulde actie eruit:
- Actie: Een werkplekaanpassingsprotocol opstellen voor medewerkers met een arbeidsbeperking.
- Verantwoordelijke: Hoofd HR.
- Deadline: 30 april.
- Bewijs: Het vastgestelde protocol, met datum, gedeeld met alle leidinggevenden, en een verslag van de bespreking in het managementteam.
- Status: Afgerond op de datum, of een nieuwe datum met reden.
Dit is wat de auditor wil zien: een actie, een persoon en een datum, plus een spoor dat de actie is uitgevoerd.
De volledigheidscontrole vooraf
Voordat de audit begint, controleert PSO-Nederland het plan van aanpak op volledigheid. Dat moet je vóór de audit uploaden in MijnPSO. De controle is uitdrukkelijk beperkt tot de vraag of alle verplichte onderdelen aanwezig zijn. PSO-Nederland geeft geen oordeel over de kwaliteit, haalbaarheid of uitvoerbaarheid van je doelen.
Mis je een verplicht onderdeel, dan krijg je een schriftelijk bericht. Je krijgt dan de gelegenheid om het plan aan te vullen vóór de audit. Gebruik die kans. Een ontbrekend onderdeel kan de aanvraag vertragen.
Een tweede aanvraag: reflectie verplicht
Als je de Aspirant-status opnieuw aanvraagt, moet het nieuwe plan terugkijken op het vorige. De handleiding vraagt om vier dingen:
- Welke doelen en acties uit het vorige plan zijn uitgevoerd.
- In hoeverre die acties hebben bijgedragen aan de gewenste trede, of waarom ze dat niet deden.
- Een analyse van de oorzaken als de resultaten uitbleven.
- Welke aangepaste of nieuwe maatregelen je nu neemt.
De handleiding waarschuwt dat het ontbreken van een inhoudelijke en onderbouwde reflectie kan leiden tot afwijzing van de aanvraag. Eén keer aansluitend verlengen kan, daarna niet meer. Zie PSO-certificaat verlengen.
Wat de auditor met het plan doet
De auditor controleert of je inzicht in je eigen niveau klopt, met een correct ingevulde rekentool en dossieronderzoek zoals bij een trede-audit. Hij spreekt de eindverantwoordelijke en de functionarissen die acties uitvoeren. Hij leest de stukken waarin acties staan. De handleiding stelt geen eisen aan de vorm. Je mag een volledige toelichting in de digitale checklist geven, of verwijzen naar een eigen document, zoals een plan van aanpak dat de directie heeft goedgekeurd.
Voor eis 0.2 leest de auditor stukken die uitvoering laten zien, zoals notulen van werkoverleggen, verslagen van gesprekken met UWV-Werkbedrijf of intermediaire organisaties en verslagen van de ondernemingsraad. Het beeld uit gesprekken en verslagen moet consistent zijn en voortgang laten zien.
De handleiding laat ook ruimte voor organisaties die al socialer ondernemen, maar dat nog niet kunnen bewijzen. Dan ligt de aandacht van het plan op het op orde brengen van de administratie. Een voorbeeld: je hebt al twee medewerkers met een Wajong-uitkering in dienst, maar de beschikkingen liggen niet in het dossier. Je actie is dan het opvragen en archiveren daarvan.
Ga je daarna voor een trede, dan geldt de 80%-norm voor gesprekken over functioneren nog niet bij die eerste trede-audit. Een aanvraag voor de Aspirant-status telt namelijk als een nulde aanvraag.
Veelgemaakte fouten in het plan
Een plan dat op het eerste gezicht goed is, kan bij de volledigheidscontrole of de audit alsnog haperen. Dit zijn de fouten die we het vaakst zien:
- Doelen zonder het kwantitatieve pad. Een doel als “meer inclusief zijn” is geen SMART-doel. Het plan moet laten zien hoe je van je huidige bijdrage naar de Basistrede komt.
- Eén van de vier actiegebieden ontbreekt. Draagvlak, werving, functies en kennis moeten allemaal terugkomen. Ook als je denkt dat er één al op orde is.
- Geen eindverantwoordelijke. De handleiding vraagt om een aangewezen eindverantwoordelijke voor het plan. Zet daar een naam en functie neer.
- Accordering ontbreekt. De SMART-doelen moeten op bestuurs- of directieniveau zijn geaccordeerd. Een datum en een handtekening maken dat controleerbaar.
- Geen spoor van uitvoering. Eis 0.2 vraagt om bewijs dat je de acties uitvoert. Een plan zonder status per actie kun je niet aantonen.
- Een tweede aanvraag zonder reflectie. Bij een herhaalde aanvraag moet het plan het vorige plan naar de letter bespreken.
Checklist voor indiening
Gebruik deze lijst voordat je het plan uploadt in MijnPSO:
- Is de huidige situatie berekend met de rekentool, en staat het cijfer in het plan?
- Zijn er SMART-doelen voor de directe en eventuele indirecte bijdrage, die minimaal naar de Basistrede leiden?
- Heeft elk van de vier actiegebieden minimaal één actie?
- Heeft elke actie een verantwoordelijke functionaris en een deadline?
- Is er één eindverantwoordelijke aangewezen?
- Is het plan vastgesteld op directieniveau, met datum?
- Is er al begonnen met de uitvoering, en is dat aantoonbaar?
- Bij een tweede aanvraag: staat de reflectie in het plan?
Na de upload controleert PSO-Nederland alleen of alle verplichte onderdelen er zijn. Ontbreekt er één, dan krijg je een schriftelijk bericht en de mogelijkheid om aan te vullen vóór de audit.
Lees ook
- PSO-eisen per trede beschrijft de kwalitatieve eisen die je na de Aspirant-status moet halen.
- PSO treden en berekening legt uit hoe je de norm voor de Basistrede berekent.